Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
ten. Zoodra die hond den jongen zag, die het
tuig op zijn hoofd droeg , vloog hij hem aan
en beet hem in de beenen. De arme jongen
begon te schreeuwen om hulp. Herman zag dit
van verre aan, en zeide in zich zeiven: Wat
raakt het mij !
De boer, bij wien de jongen wezen moest,
kwam buiten en hielp hem. Nu vertelde hij
aan den boer, dat Herman hem misleid had.
Deze gaf er Hermak's vader kennis van,, die
hem daarover streng bestrafte.
»Was Herman nu door die straf verbeterd ?"
vroeg Trüitje haren vader, die "dat vertelde__
» Oordeel zelve uit het volgende," zeide deze.
Gerrit , die voor den apotheker boodschap-
pen doet, moest bij twee ..boerenknechten,
die ziek waren, geneesmiddelen brengen. De
eene woonde bij landman Dirk , en de andere
bij zijnen broeder Joost. De eerste heette Pie-
ter, de andere Jan. Pieter had ongemak in
dé maag, en kreeg daartegen eenen verwar-
menden drank. Jak had ontsteking in de
ingewanden, en daarom vs aren hein verkoelen-