Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
gaans vroeg naar bed, en hierin wilde - nie-
mand hem thans ook hinderen.
Het is een ware zaak, zoo hier als overal :
Hij, die zijn huis steeds schuwt, die nadert aam zijn'
val;
Het allerzoetst genot smaakt men in zijn gezin,
En daarbij schenkt het nog aanhoudend groot gewin.
Dit zal uw meester u wel wat nader uit-
leggen , lieve kinderen!
D A
4. JVeemf geene Itorenaren "<«
den mond.
Voor omtrent tien jaren wandelde een meisje
met eenige harer schoolvriendinnen in een
korenland. Onder het praten en lagchèn plukte
zij eene korenaar af en stak die in den mond.
Zonder er echter om te denken, slikte zij de
aar door. Zij poogde dezelve weder uit den
ikeel te halen, doch een bijna verstikkende
ihoest deed de aar^ geheel verdwijnen. Zij
ondervond in het eerst geen ongemak, en
daarom dacht zij met hare ouders, aan wie
zij het voorgevallene verhaalde, dat de aar in
2