Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
ontvangen. Zij had het werk zoo geschikt,
dat zij zich alleen met het feest konde bezig
houden. Het was de Julij. Het schoone
weder stemde tot vrolijkheid, en het liefelijke
gezang der vogelen verhoogde nog de vreugde.
Om half zeven kwam de oude man in de
kamer. De glans van vergenoegdheid lag op
zijn gelaat, en met een' blijden lach zeide hij
Betje en de kinderen goeden morgen.
Welke kinderen waren dat? zult gij zeker
vragen. Ik zal het u zeggen. De oudste
was Herman , dien gij reeds kent. Hij zong
immers dat mooije liedje, dat hier bovenaan
staat. Vervolgens was er Trüitje , de dochter
van Maria , oud acht jaren, en Jansje , de
dochter van Frederik, die zeven jaren telde.
Begonnen die dan Grootvader zoo maar in
eens geluk te wenschen, toen hij in de ka-
mer kwam ? zult gij misschien denken. Wel
neen! dat gaf ook geen pas. Zij wenschten
Grootvader eerst vriendelijk goeden morgen,
en vroegen hem naar zijne gezondheid, leder
had zijnen verjaarwensch in de hand, netjes