Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
ver buiten de stad of moet men het water ver
halen of met een kanaal er heen leiden bijv.
in 's Gravenhage. Utrecht heeft een waterbassin
meer dan een uur van de stad af en dit staat
gewoon op den grond., Daar heeft men geen
toren noodig omdat de grond ten oosten van
Utrecht veel hooger ligt.
Met behulp der waterleiding kan men al heel
gemakkelijk een fontein in een tuin maken en
een, die verbazend hoog springt. Men Avendt de
waterleiding ook aan bij het blusschen van
brand, wat natuurlijk zeer gemakkelijk is.
In streken, waar heuvels of bergen zijn heeft
men natuurlijke waterleidingen of bronnen en
ook fonteinen. Ook in ons land vindt men die.
In Utrecht, Gelderland, Overijsel en Limburg
zijn, zooals ge weet, vrij hooge heuvels en groote
stukken land, die hooger liggen dan andere
plaatsen. Al het regenwater, dat op die heuvels
of hooger gelegen gronden valt, dringt in den
bodem en verspreidt zich onder den grond soms
over een groote uitgestrektheid. Graaft men nu
op een lager gelegen stuk land een gat in den
grond, dan komt het water dikwijls uit zich
zelf naar boven. Soms moet men zeer diep
graven of boren, maar dan krijgt men soms de
fraaiste fonteinen of bronnen, die altijd water
geven.
Uit zulke bronnen ontstaan dan ook in heuvel-
achtige of bergachtige streken beken en rivieren.