Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
Een eigengemaakte fontein.
De Waterleidinar.
Achter zijn vrij groot huis had baas Jansen,
-de loodgieter, een flinken tuin en aan het huis
bij een der ramen van de eerste verdieping een
balkon, dat op den tuin uitzag.'
Nu had hij in een der grasperken van den
tuin een klein bassin gemaakt, d. i. een ronde
bak van slechts eenige decimeters diepte, waarin
hij goudvisschen wilde houden. Deze dieren
hebben echter telkens frisch water noodig en
om dat er telkens in te doen en het gebruikte
water er uit te scheppen, dat was te lastig. Hij
maakte dus een opening onder in den bak en
een afvoerbuis daarin, die het water door den
grond naar een riool voerde. Zoodra het water
in den bak te hoog kwam. liep het door die
buis weg. De bak kon dus nooit overloopen.
Om er echter nog meer aardigheid van te
hebben, bedacht hij om midden in den bak een
PÜP te plaatsen met een fijne opening aan het
boveneinde. Daaruit moest het water met een
fijnen straal omhoog spuiten om dan in druppels
weer in den bak te vallen of op het grasperk.
Men noemt dit een fontein. Maar hoe moest
baas Jansen nu gedaan krijgen, dat het water