Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
Een groenteverkooper verkoopt, tenminste hij
roept het, altijd mooie bloemkool of andere
mooie groenten.
De koopman in linten of andere katoentjes
roept: „Wat is dat goedje fijn", al is het ook
nog zoo grof.
Verkoopt een straatventer maar één soort
artikelen bijv. sinaasappelen, dan roept hij vaak
niets anders dan den prijs: Drie om een dub-
beltje bijv. en dan moeten de menschen, die
het niet Aveten, maar raden, Avat hij te koop heeft.
Sommigen onder de kleinhandelaars der straat
verkoopen steeds hetzelfde artikel, maar anderen
verkoopen A-an daag dit, morgen Avat anders en
zoo voorts.
Daaronder zijn artikelen, die de menschen
Aveinig of niet noodig hebben. Snuisterijen, speel-
goed, lucifers, veters, stukken zeep en dergelijke
dingen, die druk gevent Avorden, Avorden niet
gemakkelijk verkocht. Daarvan nemen de men-
schen Aveinig notitie en daarom tracht de koop-
man de aandacht der voorbijgangers te trekken
door allerlei fratsen en gekheden, speldt hun
allerlei leugens op den mouw en eindigt met
zijn Avaar aan te bieden en de menschen te
vertellen voor Avelk een spotprijs zij die kunnen
koopen. Meenigeen laat zich dan Avel eens ver-
leiden om dingen te koopen, die hij niet noodig
heeft, en Avaaraan men eigenlijk Aveinig of niets
heeft.