Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
koopende moest hij 240 klanten helpen, eer een
pak verkocht is.
Een groot deel van den kleinhandel wordt
. zoowel op het platteland als in de steden langs
wegen en straten gedreven. In de dorpen noemt
men de lui, die met hun koopwaren langs de
huizen, boerderijen en buitenplaatsen gaan ven-
ten, marskramers. Vroeger droegen zulke lui
een mars met koopwaren op den rug, d.i. een
groote smalle mand. Men ziet die lui tegenwoordig
nog wel, maar nog meer die met een karretje
of wagen door de dorpen trekken.
In de steden gaat de kleinhandelaar, die geen
winkel heeft, met een wagen langs de straten
en roept of schreeuwt, zoo hard hij kan, wat hij
te koop heeft.
Dit geeft vooral in drukke straten eener
groote stad een geweldig lawaai, dat den vreem-
deling hooren en zien doet vergaan. Verstaan
doet hij toch weinig van wat de koopman roept,
soms is het zelfs voor een stadsbewoner onmo-
gelijk het geroep der straatventers te verstaan.
Dan weet men uit het wijsje wel eens op te
maken, wat er eigenlijk te koop geboden wordt.
Ieder koopman heeft zoo zijn eigen manier omzijn
waren of de deugdelijkheid daarvan aan te prijzen.
De koopman in bokking, sprot en dergelijke
gerookte visch beweert, dat ze zoo lekker zijn
als zalm, dat zooals ge misschien wel weet een
dure visch is.