Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
weet, zou veel moeten vragen of geheel ver-
keerd terecht komen. Menige jongen zou, wan-
neer men hem zeide: „Ga een reisje per spoor
maken naar Utrecht of Amsterdam of eenige
andere groote plaats", niet weten, hoe hij het
aanleggen moest. Daarom zal ik er u een en
ander van vertellen. Dan moet ge echter bij-
zonder goed letten op de vele vreemde woorden,
die in deze les voorkomen.
Die op reis wil, moet geld in den zak hebben,
want het eerste, wat men in een station doet,
is een kaartje of plaatsbiljet koopen. Dit doet
men in de vestibule van het station, een groote
ruimte, waar loketten zijn, dat zijn raampjes of
luikjes, waarachter de beambte de kaartjes ver-
koopt. Dien beambte moet men opgeven, wat voor
een biljet men verlangt, voor de eerste, tweede
of derde klasse, waarheen men reizen wil en
of men een biljet moet hebben voor een enkele
reis of voor heen en terug. De laatste heeten
retourbiljetten. Een reiziger, die bijv. naar Am-
sterdam moet en in de tweede klasse wil reizen,
zegt kortweg: „Enkele reis Amsterdam, tweede
of retour Amsterdam, tweede." Dan weet de
beambte, welk biljet hij geven moet, hi] noemt
den prijs en tegen overgave van dezen ontvangt
men het biljet.
De prijs van het biljet is in de tweede klasse
meer dan de helft hooger dan in de derde
klasse en in de eerste klasse gewoonlijk het