Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
De legende van den goeden
Moordenaar.
Omstreeks den tijd, dat Christus geboren
werd, leefde in het Zuiden van het land Kanaan
een rooverhoofdman, genaamd Dismas, die met
zijn bende op een sterk kasteel woonde.
Deze roovers overvielen en plunderden de
woningen der landlieden, beroofden de reizigers,
die ongewapend of zonder bescherming reisden
en maakten zich niet zelden schuldig aan mis-
handeling en moord. Zij verborgen zich langs
de wegen in het struikgewas en vielen dan de
reizigers onverwachts aan. Zij waren de schrik
der landstreek en vooral bij nacht of avond
waagde zich geen reiziger in de nabijheid van
het kasteel.
Toch trok op zekeren avond langs een der
wegen een man vergezeld van een vrouw, die
met een kind in den arm op een muildier zat.
De man dreef het muildier voort en dacht aan
geen gevaar. Stellig was hij een vreemdeling in
die streek en wist niets -van de gevaarlijke roo-
verbende. De roovers lagen echter op de loer
en toen het kleine gezelschap uit een hollen
bergweg kwam, sprongen zij eensklaps uit de
struiken te voorschijn en hielden den man
staande, terwijl Dismas, de aanvoerder der bende
riep: „Uw geld of uw leven."
Hevig verschrikt zei de man: „Heer, wij zijn