Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
een dag soms 100.000 KG. aangevoerd werd.
De boter, die men in ons land maakt, wordt voor
een deel uitgevoerd naar Engeland, maar vroeger
meer dan nu, Avant tegenwoordig voert men in
Engeland ook veel Deensche boter in, ouidat deze
beter bereid wordt dan de Hollandsche en vooral
omdat er in ons land boeren zijn, die de
boter vervalschen door er kunstboter onder te
mengen.
Deze kunstboter wordt in zoogenaamde boter-
fabrieken vervaardigd uit vet en plant enolie en
draagt den naam van margarine. Zij kan dus
wel goed zijn, maar is altijd mindef waard dan
de zuivere natuurboter.
Nu kunnen de boeren hun boter in Engeland
niet zoo goed meer vei'koopen. Ze maken er
minder geld voor en zoo ziet ge dat men door
oneerlijkheid ook in den handel zich zeiven het
meest benadeelt.
Behalve vet bevat de melk ook kaasstof, die
men uit de melk weet te krijgen door er een
of ander zuur in te doen. Dan wordt de kaas
echter ook zuur van smaak. De gewone zoete-
melksche kaas verkrijgt men door in de melk
een stuk van een kalverenmaag te doen.
Maakt men kaas van afgeroomde melk, dan
krijgt men magere kaas, waarin men komijn-
zaad of komijn doet, of ook wel kruidnagelen.