Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
denaars niet meer ter dood te brengen en ein-
delijk is de doodstraf in ons land en nog enkele
andere afgeschaft. In de andere heeft men ze
echter spoedig weer ingevoerd, wijl men zag
dat er al meer en meer moorden begaan werden.
Ge begrijpt, dat men in vroeger tijd weinig
gevangenissen noodig had. Een misdadiger of
oproermaker, die niet ter dood gebracht werd,
maar tot langdurige gevangenschap veroordeeld
was, zette men gewoonlijk in een kasteel gevan-
gen. De edellieden, die zulke kasteelen bewoon-
den, hielden hun vijanden wel in onderaardsche
kelders gevangen.
Hoe meer de doodstraf verminderde, hoe meer
gevangenissen er kwamen. In die gevangenissen
moesten de veroordeelden werken en naar het
werk, dat er gedaan werd, noemde men de ge-
vangenis soms spinhuis of rasphuis. De arbeid
der gevangenen werd meestal gezamenlijk in
een groot vertrek verricht, maar verder hadden
de gevangenen elk een afzonderlijk' verblijf. Ze
werden dag en nacht bewaakt, soms geboeid
en ondanks al die voorzorgsmaatregelen wisten
ze soms toch nog te ontsnappen, hoe secuur
sloten, grendels en traliën ook waren.
Tegenwoordig worden vooral groote misdadi-
gers geplaatst in cel-lu-lai-re gevangenissen.
Die worden zoo genoemd, omdat ze in een groot
aantal kamertjes of cellen verdeeld zijn, waarin
de gevangenen geheel eenzaam worden opge-