Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
sluizen. Zij staan er namelijk steeds twee aan
twee. Elke sluis heeft twee deuren en zoo ligt
tusschen twee sluizen of vier sluisdeuren een
water, dat men een kolk noemt en dat lang
genoeg is om er een schip in te laten liggen.
Voorbij ieder volgend paar sluizen staat nu
het water een eind hooger en dit zijn de trap-
pen, waartegen een schip moet opklimmen om
van Den Bosch naar Maastricht te komen.
Nu willen wij eens zien, hoe een schip van
den eenen trap op den anderen komt.
Zoolang een schip tusschen de eerste en
tweede sluis is, vaart het recht door. Komt
het nu bij de schutsluis, dan moeten de twee
sluisdeuren, waar het eerst aankomt, openge-
maakt woorden. Het schip vaart er in en de
sluisdeuren worden weer dicht gemaakt. Het
water in de kolk stond eerst hooger dan voor
de sluisdeuren en drukte deze dicht. Sluis-
deuren staan, als zij dicht zijn altijd schuin tegen
elkander, dus niet als bij een paar gewone
deuren. Nu heeft men echter het water door
een opening laten wegloopen, tot het voor en
achter de sluizen even hoog was en toen konden
de sluisdeuren open en kon het schip in de kolk
varen. Als die sluis nu weer dicht is, ligt het
schip in de kolk voor het volgende paar sluis-
deuren, waarachter het water in het volgende
kanaalvak weer hooger staat. Nu laat men weer
door een opening in deze sluisdeuren het watei'