Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
bruist en schuimt het wel eens over den kant
heen.
In een vorig leesboek hebt ge al gelezen, dat
men het stroomende water eener beek gebruikt
om molens in beweging te brengen.
Zoo vindt men op de heide of in heideachtige
streken veel dingen, die men elders niet aantreft.
Die ze echter zien wil, moet goede beenen heb-
ben, want alleen op een voetreis kan men zulke
streken bezichtigen. Middelen van vervoer zijn
er niet veel. Alleen loopt wel eens een spoor-
weg door zulk een streek, maar de trein gaat
zoo snel, dat men van het landschap niet veel
te zien krijgt. Als men iets bijzonders ziet, is
men zoo gauw voorbij, dat men eigenlijk nog
niet goed weet, wat men gezien heeft.
En wordt de heide dan door de menschen
niet gebruikt? zult gij wellicht vragen. Ja, ge
hebt zeker wel eens gehoord en misschien wel
op een plaat gezien, dat op de heide schapen
loopen onder geleide van een herder, die met
zijn hond de kudde bewaakt en ze de plaatsen
laat opzoeken, waar nog eenig voedsel voor de
dieren te vinden is. Dit is echter naast de aan-
planting van bosschen het eenige voordeel, dat
men van de heide heeft. Tegenwoordig worden
echter sommige heiden ontgonnen, dat is ge-
schikt gemaakt voor landbouw. Dan worden ze
ook meer bewoond en krijgen langzamerhand
het aanzien van vruchtbaar land.