Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
Langzamerhand groeien die op en vormen na
eenige jaren heele bosschen. Die worden dan
gerooid en het hout gebruikt. Heel hoog laat
men die boomen meestal niet worden, ofschoon
men ook wel eens zeer hooge boomen op de
heide vinden kan.
Als men een poos in de zon over de vlakke,
kale heide geloopen heeft, is het zeer aangenaam
in zulk een bosch te komen. De koele, heerlijke
schaduw en de geur der harsachtige boomen
verkwikken den vermoeiden en verhitten voet-
ganger en de grond, met naalden en mos bedekt,
biedt hem een zachte rustplaats.
Wat men op de heiden vaak zeer mist, is het
water. In vlakke heiden vindt men gewoonlijk
geen water, maar waar de grond hooger of
lieuvelachtig is, daar treft men soms geheel
onverwachts een beek of beekje aan. Er zijn
beekjes, die in den zomer nog geen Meter breed
en nog geen halven Meter diep zijn; ja soms
hebben zij maar enkele centimeters diepte. Het
water van die beekjes stroomt al naar denzelfden
kant en komt hoe langer hoe lager.
Vereenigen zich zulke kleine beekjes, dan kan
er wel een groote, breede beek ontstaan. Zoo
zijn er wel van twee, drie of meer Meters breedte,
maar de diepte is in den zomer, vooral in droge
zomers, zeer gering. In den winter of bij zware
regens kan er wel eens veel water in zulk een
beek zijn. Dan stroomt het nog veel sterker en