Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
De Heide.
Er zijn in ons land verschillende provinciën,
waar men groote uitgestrektheden land vindt,
die geheel met zand en steenen bedekt zijn.
Die heeten heiden en zijn bekend om hunne
onvruchtbaarheid. Men vindt ze vooral in de
provinciën Noord-Brabant, Gelderland, Utrecht,
Overijsel en Drente. In de andere provinciën
weinig of niet. Op zulke heiden kan men uren
lang loopen zonder een huis, een boom of
eenige andere hooge plant aan te treffen. Alleen
een klein struikgewas, genaamd heide, groeit
er in groote hoeveelheid, met nog eenig schraal
gras en andere lage plantjes. Waar de heide
echter zeer droog is, groeit weinig of niets. Dit
vindt men vooral, waar de grond hoog is Daar
loopt het regenwater spoedig weg of zakt door
het zand in den grond.
De hei is namelijk niet overal even hoog en
lang niet vlak. Niet zelden ligt één deel hooger
dan een ander, terwijl men bijna overal hoopen
zand vindt, die men heuvels noemt. Deze heu-
vels bereiken soms een heele hoogte. Men
treft er aan, die over de 100 Meters hoog zijn.
Nu moet ge echter niet denken, dat men zoo-
veel Meters moet klimmen om boven op den
top van zulk een heuvel te komen. Neen, dat
is altijd minder, want de grond, waarop zulk