Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Eén echter was er, die niets zei, ook niet
toen er over den burgemeester gesproken werd.
Nu dat was geen wonder, want het was een
jonge man, die nog maar heel kort in het dorp
woonde. Hij was knecht bij den barbier van
het dorp, maar de aanwezigen kenden hem
nauwelijks.
Hij had al maar toegeluisterd zonder iets te
zeggen, maar toen men over den burgemeester
begon en ieder iets goeds van dezen wist te
zeggen, toen riep de vreemdeling plotseling:
„Nu, maar ik heb den burgemeester secuur b^
den neus gehad en hij is er kaal afgekomen."
De goede dorpelingen wisten in het eerst
niet goed, wat zij hoorden. Ze waren verbaasd,
verschrikt, verontwaardigd en hunne gezichten
stonden ver van vriendelijk.
De vreemdeling stoorde zich daar echter nie-
mendal aan en herhaalde lachend, wat hij gezegd
had. Nu echter werden de boeren boos. Dat
zouden ze hem betaald zetten. Hij werd bij den
kraag genomen en door de verontwaardigde
boeren bij den burgemeester gebracht. Die zou
hem wel krijgen, meenden zij.
De burgemeester woonde heel kort bij en
hoorde dus spoedig, wat er gaande was. Den
jongen vreemdeling kende hij niet en hij vroeg
hem, wat zijne woorden beteekenen moesten.
„Och, burgemeester," antwoordde deze, „ik
wilde deze goede menschen juist vertellen, dat