Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
hevig geschud werden, maar soms van den eenen
hoek van het rijtuig in den anderen werden
geworpen. Ze mochten gewoonlijk zich nog ge-i
lukkig achten, wanneer ze niet met koets en al
omvergeworpen werden.
En bij al die onaangenaamheden kwam dan
nog dikwijls de vrees van door roovers over-
vallen te worden. De wegen waren lang niet
veilig in .vroeger tijd en het gebeurde meerma-
len, dat op eenzame wegen, vooral des nachts,
de postkoets door straatroovers werd aangeval-
len. Dan werden de reizigers uitgeplunderd en,
als zij tegenstand boden, wel eens vermoord.
Ge begrypt, dat men in dien tijd niet licht
alleen voor zijn pleizier een groote reis zou
ondernemen. Alleen als men den tijd had en
dus niet 's nachts behoefde te reizen, dan ging
het nog eenigszins.
In ons waterrijke vaderland, van rivieren,
kanalen en vaarten doorsneden, had men nog
een ander vervoermiddel, nl. het schip. Vooral
in kanalen of vaarten werd veel gebruik gemaakt
van een vaartuig, dat door een paard, soms
door twee paarden getrokken werd en daarom
trekschuit werd genoemd.
Langs het kanaal of de vaart had men dan
een pad, bestemd voor het paard, dat de schuit
moest trekken. Dit pad heette het jaagpad en
men kan dit langs sommige vaarten nog vinden.
Bij het paard behoorde een man, die het stuurde