Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 7
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, 1898 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1121 : 1e dr. (dl VII)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204741
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
in een paar uren een plaats op verren afstand
gelegen te bezoeken.
Nog gemakkelijker is het aan familie of be-
kenden in ver verwijderde plaatsen een be-
richt of boodschap te zenden. De post brengt
een brief voor enkele centen naar alle oorden
van ons vaderland en naar de meeste plaatsen
is de brief maar eenige uren onderweg; op de
meest afgelegen plaats kan hij binnen een
dag zijn.
Heeft men groote haast met een bericht, dan
kan men gebruik maken van de telegraaf en
dan is het bericht, ook al ligt de plaats van
bestemming ver af, binnen een uur overge-
bracht.
Dit was vroeger anders. Wel bracht de post
brieven over, maar het duurde lang en men
kon ze maar een of enkele malen per week
verzenden. Ze moesten dan ook door paard en
rijtuig weggebracht worden. Het rijtuig heette
postkar of postkoets, werd getrokken door twee
of drie paarden, bestuurd door een postiljon en
reed langs de groote wegen, postwegen genaamd.
Op verschillende plaatsen langs die wegen had
men posthuizen, waarin een postmeester woonde.
Deze moest zorgen, dat er voor iedere postkar
versehe paarden gereed stonden: bij hem ook
bezorgde men de brieven, die mede moesten.
De postwagen hield voor het posthuis stil
en dan moesten de paarden uitgespannen