Boekgegevens
Titel: Zuid-Holland: leesboek ten dienste van het lager onderwijs
Auteur: Jansen, J.F.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204718
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Zuid-Holland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zuid-Holland: leesboek ten dienste van het lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
langs de kusten der zee dragen de vrouwen in ons land
lange mutsen en oorijzers, — zoo ook op de eilanden
dezer provincie. In het Overmaassche zijn die mutsen
al heel lang, en bij de oorijzers voegen de vrouwen gou-
den krullen.
»'s Lands wijs, 's lands eer," zegt een spreekwoord,
en hel doet er dan waarlijk ook niet toe, of de menschen
zich eenigzins anders klecden dan wij, of zich in hunne
taal van andere woorden en uitdrukkingen bedienen; —
als elk op zijne wijze en in zijn' kring maar nuttig en
braaf is; daar komt het op aan.
XXI.
Ten zuiden van het vorige eiland ligt een ander, dat
veel grooter is, en bekend is onder denamen van Beijer-
land cn Strijen, ook wel de Hoeksclie waard geheeten.
Aan den noorderzoom des eilands, aan den Maasdijk,
ligt de hoofdplaats van een kanton, het zeer aanzienlijke
Oud-Beijerland. Het is het grootste en welligt ook het
schoonste dorp van de geheele provincie. De gemeente
heeft 4000 zielen; nu zijn er plattelandsgemeenten,
welke meer inwoners tellen, maar van deze 4000 men-
schen wonen slechts i buiten het dorp. Onderscheidene
straten, de vele nette heerenhuizen, de deftige met boo-
men beplante hoofdstraat met net plaveisel en vaarwa-
ter, de fraaije kerk met een netten toren, — dit alles
geeft aan Oud-Beijer land veel meer voorkomen, dan men
aantreft in de naburige dorpen. De inwoners leven van
landbouw, tuinderij, kaas- en boterbereiding, visch-
vangst en scheepvaart. De kersen uit de boomgaarden