Boekgegevens
Titel: Zuid-Holland: leesboek ten dienste van het lager onderwijs
Auteur: Jansen, J.F.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204718
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Zuid-Holland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zuid-Holland: leesboek ten dienste van het lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
de stad uit. Reeds geruimen tijd had men daar eene
ijzerfabriek en meubelmakerij ; maar thans is men bezig
op den grond, die daar nog onbebouwd lag, eene rij
fraaije huizen te zetten, zoodat het station weldra aan
het einde eener straat zal liggen.
Zoo weet gij dan nu, wat de bezoeker van de hoofd-
stad der provincie te zien krijgt, als hij oplettend in die
plaats rondkijkt ; doch er is nog veel in 's Gravenhage,
dat zeer merkwaardig is, maar dat men moet zoeken.
Daartoe behoort het museum van schilderijen en oud-
heden op het Mauritshuis, — de schoone tombe van den
luitenant van wassenaar-obdam in de Groote kerk,—
het kunstig koepeldak der Nieuwe kerk, — de konink-
lijke boekerij of bibliotheek in het Lange Voorhout, en
meer, te veel zelfs om u op te noemen.
In den lijd, toen den Haag zich uitbreidde, deden de
ingezetenen hun best om de plaats het aanzien eener
stad te geven, en vraagden verlof, om haar te mogen
voorzien van wallen, grachten en poorten. Door tegen-
werking van Delft werd 's Gi'avenhage dit voorregt niet
geschonken; en wat was het gevolg ? Dat het zich ge-
durig meer uitbreidde, daar geene grachten of wallen
die uitbreiding verhinderden; in vervolg van tijd groeide
het Delft boven het hoofd, en geene stad in Nederland is
zoo schoon en luchtig gebouwd als onze koningsstad.
Op eene wandeling door de residentie ontdekt men
vele prachtige hotels en ook meer nederige logementen.
Die zijn er wel zeer noodig in de residentie. Gedurig
komen er uit alle deelen van het koningrijk, ook wel uit
andere landen, menschen, die den koning of de minis-
ters of andere heeren, tot de regering behoorende, wen-
schen te spreken, of die er ontboden worden. Die men-