Boekgegevens
Titel: Zuid-Holland: leesboek ten dienste van het lager onderwijs
Auteur: Jansen, J.F.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204718
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Zuid-Holland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zuid-Holland: leesboek ten dienste van het lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
'3
Vóór we aan bet reizen gaan, zal het noodig zijn, eerst
nog de eilanden van Zuid-Holland te kennen. Ze zijn
deze: Roozenburg, Dordrecht, Puttenen Voorne, IJssel-
nionde, Beijerland cn Strijen, en Goêreê en Overflakkée.
Als gij het geleerde kent en weet, zullen we eens
gaan zien, wat er al in de provincie opmerkelijks wordt
aangetrolfen.
V.
's Gravenhage, dc hoofdstad van Zuid-Holland, de re-
sidentie van den koning, is dc fraaisfe stad van het ge-
heele koningrijk. Arnhem moge bekoorlijke omstreken
hebben, Rotterdam zijn' drukken handel, Utrecht zijne
schoone stadsgezigten, — niet ééne stad kan toch halen
bij het vorstelijke 's Gravenhage. Hier heeft men in de
stad wandelwegen, allerfraaiste pleinen, rijen heeren-
huizen en paleizen, — bij dc stad het grootsche boseh,
het woeste duin, de schuimende Noordzee, uitgestrekte
akkers en weiden; kortom, hier is alles bij elkander.
In verschillende deelen van de stad heeft men palei-
zen van de vorstelijke familie. Z. M. de Koning woont
in het Noordeinde op het Oude Hof, v/aar ook zijn groot-
vader, WILLEM I, woonde. Dit paleis bestaat uit een
lioofdgebouw met twee vleugels, tusschen welke een
plein. Tegenover dit plein staat het groote ruiterstand-
beeld van Prins willem I. Een ander standbeeld van
den Zwijger staat op het Plein, met den rug naar het
ministerie van Koloniën, cn op het Buitenhof, vóór de
poort naar het Binnenhof, ziet men het standbeeld, voor-
stellende koning willem 11. — De gebouwen, waarde
regeringsbeambten werkzaam zijn, heeft men meest in