Boekgegevens
Titel: Zuid-Holland: leesboek ten dienste van het lager onderwijs
Auteur: Jansen, J.F.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 K 70
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204718
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Zuid-Holland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zuid-Holland: leesboek ten dienste van het lager onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
Het zou wel goed voor u zijn, deze arrondisseinenteu
en kantons zachtjes aan van buiten te leeren, en zóó
vast, dat ze er nooit weder uit gaan. Daarvan kunt gij
naderhand veel dienst hebben.
IV.
Gij begrijpt, als wij Zuid-Holland doorreizen, zien
wij volstrekt niet, dat de provincie verdeeld is; men
komt van het eene kanton in het andere en van het eene
arrondissement in het andere, zonder er iets van te
bemerken. Maar daarom is de provincie toch wel ver-
deeld. Door de rivieren is de bodem van Zuid-Holland
in verschillende gedeelten gescheiden. In het zuiden,
waar die gedeelten lands door zeer breede rivieren ge-
heel omringd zijn, heet men ze eilanden. Van het noor-
den aan beginnende, heeft men in deze provincie de
rivieren: de Rijn, die ook wel Oude Rijn of Leidsclie vaart
heet, de IJssel, de Lek.dc Merwe, de Oude en de Nieuive
Maas. Rondom Overflahhée heeft men een breed stroo-
mend water, dat verschillende namen draagt, en het
breede HoUandsch-diep scheidt de provincie van Nom-d-
Brabant.
Het zal wel zaak wezen, ook de rivieren te kennen;
maar dan moet gij ook weten, waar op de kaart men zc
vindt, anders beduidt het nog weinig.
En waarom is het van belang de rivieren wel tc ken-
nen? Omdat in Zuid-Holland van alle steden alleen
's Gravenliage niet aan eene rivier ligt.
In het noordelijk deel der provincie wordt het meest
met den spoorwagen, — in het zuidelijk gedeelte meest
met stoombooten gereisd. Waarom?