Boekgegevens
Titel: First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Auteur: Herrig, Ludwig
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1869 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 H 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204683
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Engels, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Vorige scan Volgende scanScanned page
•285
en kloven), bare, kaal, naakt, desolate, verlaten, eenzaam, iotïtui, stortvloed, bergstroom.
rivulet, beek. to come leaping down, met mart naar beneden komen, io , schitteren.
to darken, verdonkeren, overhanging, over {hen) heen hangend, precipice, afgrond, steile
helling, region, streek, to traverse, doorkruisen, to be di^Xi^itd., verrukt, bekoord worden.
quiet, stil. peculiar, eigenaardig, bijzonder, a pair of breeches, een (korie) broek, stock-
ing, kous. waistcoat, vest, shirt, hemd. jak, jakje, tight to the shape, nauw-
sluitend. petticoat, rok. striped, gestreept, linsey-woolsey, half-wol. bound van to bind,
hoorden, omboorden, industrious, vlijtig, to knit, breien, former, eerstgenoemd, scenery,
natuurtooneelen, iMuur. rugged, ruw. to spread , zich uitstrekken, to encircle, omringen.
to wind, kronkelen, grassy, grasrijk, steep, steil, clitf, klip, to overhang, hangen over.
margin, oever, zoom, to belong, toebehooren. warlike, oorlogzuchtig, chief, opperhoofd.
bold, stoutmoedig, daring, vermetel, the Welsh, de Wallisers. language of their own,
eigen taal. country people, landlieden, boeren. ch.[(.ÏLy,hoofdzakelijk. manufactory,/airiefe.
manufacture, fabriekgoed, voortbrengsel van nijverheid.
Bladz. 37.
To excel, uitmunten boven, hardware goods, ijzerwaren.
4». Light, licht, vlug. active, werkzaam, rather, eer, meer. hardy, kloek, stevig.
strong, sterk, to breed up to, opleiden voor. use of arms, wapenhandel, to train to
war, voor den oorlog opbrengen, to sound the alarm, alarm blazen, to rush, snellen.
eagerly, met vuur. plough, ploeg, courtier, hoveling- labour, arbeid, husbandman, land-
bouwer. succession, opeenvolging, oats, haver, wheat, tarwe, to live upon, leven van.
produce, opbrengst, herd, kudde, flesh, vleesch. to pay attention, aandacht wijden, ship-
ping , scheepvaart, sufl'er no interruptions, laten zich door niets afleiden, martial exer-
cises, militaire exercitiën, anxiously, zorgvuldig, defence, verdediging, hardship, ver-
moeiems. willingly, gaarne, to sacrifice, opofferen, disgrace, schade, oneer, to esteem,
achten, beschouwen als. unarmed, ongewapend, dares attack , durft aanvallen, foe, lijand.
to defy, uitdagen, tarten, activity, vlugheid, to prove, blijken ie zijn, zijn. victorious,
overwinnend, overwinnaar, to make use of, gebruiken, to impede, bemoeielijken, in den
weg staan, agility, behendigheid, breast-plate, borstharnas, bundle, bundel, helmet, helm,
shield, schild, rarely, zelden, greaves, beenscheenen. plated with iron, met ijzer beslagen,
class, stand, mounted, gezeten, swift, vlug. generous, edel. steed, ros. to produce,
voortbrengen, marshy, moerassig, level, vlak, effen, soil, grond, bodem, horseman, ruiter.
as, naarmate, situation, stelling, occasion, omstandigheden, to require, vereischen, vorde-
ren. to retreat, terugtrekken, barefooted, barrevoets, roughly, ruw. to construct, reruaar-
digen, maken, untanned, ongelooid, onbereid, leather, leder, to penetrate, doordringen in,
recess, schuilhoek, wood, bosch. to climb, klimmen, nightly practice, oefening in den
nacht, to endure, verduren, to meditate, peinzen, nadenken, to inure to, zich gewennen
aan, zich harden tegen, addicted, overgegeven, gluttony, gulzigheid, are wholly employed
in, houdt zich geheel bezig met. care of, zorg voor. furniture, huisraad, accustomed,
gewend, to fast, vasten, to trust to, vertrouwen op. to dedicate, toewijden, business,
bezigheden, to partake of, deel nemen aan. moderate, matig, meal, maal, scanty, sober,
karig, to deter, afschrikken, to employ, gebruiken, to watch, gadeslaan, hostile, vijan-
delijk. motion, beweging, to beg, bedelen, hospitality, gastvrijheid, to rejoice, zich ver-
heugen. communication, verkeer, omgang, gezellig verkeer, io oSe.v, aanbieden, to request,
verzoeken, traveller, reiziger, to deliver up, overgaan, they suffer to be washed, zij laten
wasschen. to be considered, beschouwd worden, guest, gast. \oAgmg, huisvesting. to enter-
tain, aangenaam bezighouden, conversation of, gesprekken met. to allot, bestemmen, pur-
pose, doel. dignity, waardigheid, wealth, rijkdom, welvaart, to entertain, onthalen, het
onthaal gevm. to furnish, opleveren, dish, schotet, gerecht, incitement to eating, middel
om den eetlust te prikkelen, together, tegelijk, rush, bies. clean, zuiver, hay, hooi. broad,
breed, groot, cake of bread, broodkoek, trencher, {houten) schotel, bord. rest, overige
leden, every, alle. host, gastheer, to continue standing, blijven staan, unremitted, o«a/-
gebroken. to satisfy, bevredigen, that, opdat, deficiency, gebrek, in case of any deficiency,