Boekgegevens
Titel: First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Auteur: Herrig, Ludwig
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1869 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 H 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204683
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Engels, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Vorige scan Volgende scanScanned page
•290
bij de plaats waar. to clear, opruimen, to pitch a tent, een tent opslaan, lo sup, het
avondeten gebruiken, to found, stichten, that very spot, diezelfde plaats, prayer, gebed.
continual, bestendig, to offer up, opzenden, soul, ziel.
43* After, na. defeat, nederlaag, death, dood. race, stamhuis, crown, kroon, suc-
cessful, gelukkig, rival, mededinger, duke, hertog, lo become, worden, by meaus of,
door middel van, door, met, army, leger, foreigner, vreemdeling {buitenlander), cruel,
wreed, to oppress, verdrukken, therefore, daarom, dus, fled van to flee, vluchten, op-
pression, verdrukking, country, land, kindly, vriendelijk, exile, balling, unjust onrecht-
vaardig. away, %oeg. nobles, edelen, own, eigen, follower, aanhanger, to build, bouwen.
strong, sterk, castle, to/e^/, burg, ou them, er op. to keep, houden, to surround, o««-
geven. subjection, onderwerping, tall, lang, stoutly, stevig, strength, kracht, sterkte,
his strength was so great, hij was zoo sterk, no one, niemand, to bend, spannen,
moreover, bovendien, brave, dapper, skilful, bekwaam, war, oorlog, to delight in, be-
hagen scheppen in. peace, vrede, to hxxnt, jagen, favourite diversion, lievelingsver maak,
indeed, inderdaad, he is not known to, het is niet bekend dat hij. ever, ooit. to in-
dulge, zich overgeven aan. any, eenig. love, liefde, barbarously, mei barbaarschheid.
drove out, van to drive out, verdrijven, tract of country, landstreek, in order that they
might, om ze te laten, waste, looest. uncultivated, onbebouwd, to increase, vermeerderen,
zich vermeerderen, to protect, beschermen, sport, vergenoegen, jachtvermaak, to be called,
heeten. to remain, blijven, bestaan,
Bladz. 33.
To marry, huwen, daughter, dochter, earl, graaf, remarkable, opmerkenswaardig.
count, graaf, to agree, eens worden, elkander verdragen, amongst, onder, at war, in
oorlog, to be killed by, gedood worden door, sterven ten gevolge van. bruise, kneuzing.
to plunge, storten, at tbe burning, bij het verbranden.
43« Plantagenet, bremplant {de Flatitagenets voerden deze plant in hun wapen), to
take possession of, in bezit nemen, throne, troon, agreement, overeenkomst, alive, inhet
leven, to surpass, overtreffen, previous, vroeger, vorig, wisdom, wijsheid, to display,
aan den dag leggen, endeavour, poging, happy, gelukkig, to flourish, bloeien, former,
vroeger, to pull down, omverhalen, slechten, to use, plegen, getcoon zijn. to rob, bestelen,
herooven. neighbourhood, nabuurschap, in other ways, op andere wijzen, also, ook. to
rebuild, weder opbouwen, to take care, zorg dragen, justice, recht, duly, behoorlijk, to
be administered, ten deel vallen, in his reign, ondsr zijne regeering, to conquer, ver-
overen. since, sedert, to unite to, vereenigen met. who is said to have been, die, naar men
zegt, geweest is. bad, slecht, to bring up, opvoeden, to rebel, opstaan, dominions, ge-
bied» to want, willen, to deprive, berooven. likely, waarschijnlijk, wicked, boos, slecht.
to treat, behandelen, parent, vader, miserable, ongelukkig, ill, ziek. to happen, gebeu-
ren, plaats hebben, volgen, to behave, zich gedragen, cause, oorzaak. diï^iGÜow, verdriet.
to mingle, vermengen, ambitious, eerzuchtig, passionate, drijtig, opvliegend, anxiety of
mind, hartzeer, undutifnl, ongehoorzaam, fever, koorts, of which, waaraan, of his age.
zijns levens.
44« Celebrated, beroemd, rose van to rise, zich verheffen, low station, lage stand.
to be, tot. to make pretensions, aanspraak maken, voorgeven, doen alsof, he appears
to have known, het schijnt dat hij geweten heeft, nature, aard. to consist, bestaan.
outward, uiterlijk, observance, gebruik, vorm. bodily, lichamelijk, penance, boete, boete-
doening. mortification, kastijding, mortified, ootmoedig, wore van to wear, dragen, sack-
cloth, zakkelinnen. next his skin, op het blootelijf, to change it so seldom, zoo zelden
ander aandoen, zich verschoonen. filled, vol. dust, vuil. vermin, ongedierte, diet, voedsel.
further, verder, unpalatable, onsmakelijk, mixture, het inmengen, unsavoury, walgelijk.
back, rug, to mangle, verminken, mangled, rauw. frequent, menigvuldig, scourging,
geeselen, such, zoodanig, account of, bericht omtrent, habit, gewoonte, nearly, bijna.
appearance, schijn, humility, nederigheid, pride, trotschheid. onder, clergy,^eff«^^-
lijken. to use, gebruiken, m SM^^ori.^ ter ondersteuning, 0Vi%\ii, bekoorde, to employ, aan-