Boekgegevens
Titel: First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Auteur: Herrig, Ludwig
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1869 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 H 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204683
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Engels, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Vorige scan Volgende scanScanned page
•281
iets opleggen, inconvenience, ongemak, last. on their account, om kunnentml. unto voor
to. for sport and recreation, voor zijn vermaak, far off, ver weg. speek, vlek. to fade,
verdwijnen, feud, vete. ample, volkomen, wrong, ongelijk, vassal, leenman, to take to
boat, in een boot gaan of springen, to waylay, beloeren, to discomfort, leed.^ overlast
aandoen, help-mate, helpen, wicked, boos, to turn out, uitvallen, gebeuren, luck, geluk.
strait, zee'Cngte. storm of thunder, een donderbui, withal, tegelijkertijd, tevens, to shake,
heen en weer slingeren, to embark, scheep gaan. hurt, schade, letsel, heir, erfgenaam
{kroonprins), to be emperilled, in gevaar verkeeren. to draw towards, «öa^t?/-!?«. to beckon,
wenken, to refrain one's self, zich bedwingen, to take council, beraadslagen, willed,
oude volmaakt verleden tijd van will, willen, zoeken, to be intended, bestemd zijn. to
direct, last geven aan. so as to cause her to go down, om haar te doen zinken of on*
der water te doen gaan. contact, aanraking, to leap, springen, clave, cleft of clove
van to cleave, klieven, kloven, skull, schedel, to call upon, opeischen. to surrender {met
of zonder one's self), zich overgeven, stout, fiink. speedily, spoedig, valiant, dapper.
in his favour, te zijnen gunste, conduct, gedrag, confidential, die vertrouwen verdient,
vertro7iwd. to advise with, raadplegen, to disown, verloochenen, to enact, uitvaardigen.
incendiary, brandstichter, the well-disposed, de welgezinden. cheerfully, blijmoedig, met
genoegen, met vreugde.
4ft. Led van to lead, leiden, victorious, overwinnend, zegevierend, while, terwijl.
to hold, houden, banquet, feestmaal, tidings, bericht, to land, landen, to assemble,
verzamelen, to detain, ophouden, month, maand, contrary winds, tegenwinden, to shatter,
verstrooien, afterwards, later, daarna, fleet, vloot, circumstance, omstandigheid, though,
ofschoon, month's delay, oponthoud van een maand, to draw, trekken, lokken, to prevent
from, verhinderen, to keep the sea, in de open zee blijven, to jump out, uitspringen.
galley, galei, to stumble, struikelen, to regard, beschouwen, ill, slecht, omen, voortee-
ken. to raise, opbeuren, ophelpen.
Bladz. 32.
Mud, modder, to cry out, uitroepen, presence of mind, tegenwoordigheid van geest.
fortunate, gelukkig. leader, veldheer, aanvoerder, already, reei/j. to advance, roor^rw/^^^«.
busy, ijverig, engaged, bezig, to collect, verzamelen, spy, spion, ymjozeffer. to ascertain,
zekerheid verkrijgen omtrent, instead of, in plaats van. to put to death, ter dood bren-
gen. according ito, overeenkomstig, volgens, law, wet. to cause somebody to be led and
then dismissed, iemand laten leiden en dan wegzenden, to decide, beslissen, quarrel,
geschil, single combat, tweegevecht, duel, to refuse, van de hand wijzen, challenge, uit-
daging. to judge, oordeelen, richten, event, gebeurtenis, devotion, vroomheid, gebeden.
revelry, zwelgerij, feasting, het feestvieren, to draw up, in slagorde scharen, solid mass,
dichte drom. shield, schild, to grasp, grijpen, battle-axe, strijdbijl, centre, midden, cen-
trum. to wave, wapperen, banner, bannier, to display, prijken met. figure, gedaante.
woven van to weave, weven, station, plaats, opposite, tegenoverliggend, daar tegenover.
eminence, hoogte, to dispose, opstellen, scharen. line, rij, gelid, archer, boogschutter.
pope, paus. borne van to bear, dragen, fair, schoon, rehc, reliquie. war-cry, oorlogs-
kreet. rood of cross, kruis, to precede, voor — treden, mounted, gezeten, stately,
statig, to toss up, opwerpen, sword, sabel^ degen, to catch, grijpen, to sing, bezingen.
deed, daad. hero, held, to slay, verslaan, charge, aanval, to ascend, bestijgen, beklim-
men. to discharge, flf/jt;^«)?/^«. impression, i^zt/?-«^. to charge, een aanval doen. to cut down,
neerhakken. formidable, geducht, verschrikkelijk, the whole of tbe left wing, de geheele
linkervleugel, report, gerucht, to flee, vluchten, to spread, zich verspreiden, to take off,
afnemen, helmet, helm, along, langs, hne, linie, to reassure, geruststellen, by feigning,
door te doen alsof, rank, gelid, to cut to pieces, in de pan hakken, main body, hoofd-
leger. still, nog. however, echter, till, totdat, to direct, leiden, bevelen, air, lucht, so as
to fall, zoodat zij vielen, enemy, vijand, to wound, wonden, eye, oog. to rush, toe-
snellen. to seize, grijpen, to hxedk , uit elkander geraken, to coniinut, voortzetten, pursuit,
vervolging, fugitive, vluchteling, severe, geweldig, defeat, nederlaag, near where, dicht