Boekgegevens
Titel: First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Auteur: Herrig, Ludwig
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1869 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 H 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204683
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Engels, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Vorige scan Volgende scanScanned page
•280
üreek, barren, onvruchtbaar, destitute, ontbloot, to reach, reiken, succession, reeks.
waving, gohend. pasturage, welgrond, to attend, hoeden, to take care of, zorg dragen
voor. building, gebouw, rough, ruw. bright-faced, met een vroolijk gezicht, appearance,
voorkomen, comfort, welvaart, toilsome, moeitevoL to require, vereischen, verordenen, to
expose, blootstellen, to supply, voorzien in. to consider, beschouwen. trs^Xtxa, zinnebeeld.
enviable, benijdenswaardig, hence, daarom, spake oude vorm voor spoke, of old, lang
geleden, giveth = gives, curious, merkwaardig, antiquity, oudheid, huge, verbazend
groot, prodigious, wonderbaar, original, oorspronkelijk, to disappear, verdwijnen, from,
uit. to arrange, rangschikken, plaatsen, to enclose, insluiten, as to, wat betreft, struc-
ture, gebouw, it to have been, dat het geweest is. to perform, verrichten, to exercise,
■uitoefenen, to wear, dragen, garment, gewaad, egg, ei. bracelet, armband.
Bladz. 30.
Wand, staf. absolute, onbeperkt, autuority, gezag, at pleasure, naar zijn welbehagen.
to hold, houden, veneration, vereering, eer. to settle, regelen, to excommunicate, in
den ban doen. to exclude, uitsluiten, to hold an office, een ambt bekleeden. to avoid,
vermijden, to dare, durven, to pollute, bevlekken, taught van to teach, onderwijzen, lee-
ren. to worship, vereeren, remains, overblijfselen.
3O* Century, eeuw. to fail, missen, nalaten, he could not fail of meeting with,
het kon niet missen of hij moest ondervinden, adulation, vleierij, courtier, hoveling, libe-
rally, ruimschoots, tribute, schatting, to pay, betalen, mean, laag, weak, zwak, to break
out in, uitbarsten in. to exclaim, uitroepen, it is said, naar men zegt. he ordered his
chair to be set on the sea-shore, hij liet zijn stoel op het strand plaatsen, tide, vloed.
to rise, opkom.en. to feign, veinzen, zich houden alsof, in expectation, in afwachting.
submission, onderwerping, feeble, zwak. impotent, ofimachtig, machteloos, to reside with,
wonen bij. to level, gelijk maken {met den gro7id), slechten, nod, wenk, knik. towering,
torenhoog, verheven, hoog. pile, gebouw, ambition, eerzucht.
40« Pilgrimage, pelgrimstocht, bedevaart, to atone, boete doen. swore to swear,
zweren, fealty, trouw, several, verscheiden, chief, opperhoofd, to protest, zich verklaren.
to make war upon one, iemand den oorlog aandoen, de wapens tegen iemand opvatten.
formidable, vreeselijk, geducht, proof, bewijs, to adjoin, grenzen aan. attendant, dienaar.
den, hol. to discover, ontdekken, cub, het jong. forthwith, terstond, to stand at bay,
in nood zijn. over which she stood at bay, en zij stond gereed om die tot het uiterste
toe te verdedigen, to determine, besluiten, to destroy, dooden. knight, ridder, drew van
to draw, trekken, resolutely, vastberaden, stab, steek, stoot, to stab, doorsteken, keen,
scherp, to despatch, afmaken, to bear off, voeren, tioiphj, zegeleeken. to advance in age,
ouder worden, grew van to grow, worden, groeien, toenemen, partisan, partijganger, aan-
hanger. interesting, belangrijk, trait, trek. to record, vermelden, armour, wapenrusting.
warhorse, strijdros, rejoicing, vreugdebetoon, concern, zaak. sharp, vinnig, skirmish,
schermutseling, to signalize one's self, zich onderscheiden, information was brought, men
bracht bericht, provisions, voorraad, levensmiddelen, defile, bergengte. to jump, springen.
to call upon, opeischen, oproepen, to lodge, gehuisveü zijn, liggen, to dash upon, aaji-
vallen. escort, begeleidende troepen, escorte, bedekking, supplies, levensmiddelen, drove
van to drive, laten rijden, r^nconite, ontmoeting, schermutseling. ïwxioM^, woedend, trooper,
ruiter, to cut one's way, zich een weg banen, to regain, weder inhalen, to come off
victor, als overwinnaar uit hei strijdperk treden, prestige, voorteeken. fought van to
fight, vechten.
Bladz. 31.
To be behind one, bij iemand achterstaan, to sail, zeilen, choice, uitgelezen, to ven-
ture, wagen, zich wagen, would, js/«^, was gewoon; hier niet te vertalen, omdat het woord
sometimes reeds een „gewoon zijri^ uitdrukt, out of sight of land, zoover dat hij het
land reeds uit het gezicht verloor, former, vroeger, any disaster, eenig ongeluk, to disdain,
versmaden, sea-born, zee. to deprive one's self, zich berooven. to put one's self to, zich