Boekgegevens
Titel: First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Auteur: Herrig, Ludwig
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1869 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 H 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204683
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Engels, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Vorige scan Volgende scanScanned page
•278
zacht, in stilte, to murmur, morren, stage, tijdperk, consumptiou, tering, to sutFer,
dulden, lijden, to support, onderstewien, onderhouden, bare, naakt, behoeftig, to possess,
bezitten, to dispense with, missen, to contradict, tegenspreken, perplexity, verwikkeling.
favour, gunst, excellence, voortreffelijkheid, behind, achter, over, darling, geliefkoosd.
peace, stil. guardian, geleider, to forfeit, verbeuren, pretension, aanspraak, selfish,
zelfzuchtig, interest, voordeel, to induce, bewegen, to practise, beoefenen, agony, doods-
angst. single, enkel, temperance, matigheid.
Bladz. 26.
Liberality, milddadigheid, entirely, geheel en al. very, zelfde, to despise, verachten.
contriver, aanlegger, to project, ontwerpen, hatred, haat, to deserve, verdienen, to
arraign, aanklagen, beschuldigen, henceforth, voortaan, to keep from, bewaren voor. to
assume, aannemen, complaceucy, welbehagen, to vanish, verdwijnen, imaginary, denkbeeldig.
to repine, )norren. to advance, uitsteken, plunge, sprong, to withdraw, terugtrekken.
series, reeks, truth, waarheid, to imprint on, prenten in. ^ov\,ziel. to depart, .
horrid, akelig, mansion, woning, to apply one's self to, zich toeleggen op. to put in
^xdiCtiGQ, in praktijk brengen. hxig^Wij, matigheid. opMlencQ, voorspoed, welvaart, domestic,
dienstbode, disdain, verachting, affluence, overvloed,
86. Invasion, inval, inhabitant, inwoner, savage, wild. dwelt van to dwell, wonen.
to abound with, in overvloed hebben, chief, voornaamste, hoofd, occupation, bezigheid.
ground, grond, to tend, hoeden, cattle, vee. narrow, smal, to receive notice, bericht
krijgen, fought, van to fight, vechten, leveren, either side, beide zijden, neat, volgend.
to advance farther into, verder voortrukken in. to feed with, voeden, onderhouden, retreat,
terugtocht, to invade, een inval doen in, vallen in. to defeat, verslaan, to be trained to
fighting, in het vechten geoefend worden, childhood, kindsheid, withstood van to with-
stand, kunnen wederstaan. progress, vorderingen, to oppose, tegenstand bieden, still, nog.
severe, fel. captive, gevangen, they were made to walk, men liet hen gaan, loaded,
beladen, chains, ketenen, were assembled, waren verzameld, to behave, zich gedragen.
nobly, op een edele wijze, even, zelfs, condition, toestand, to make a speech, een rede
houden, moving, roerend, he ordered his chains to be taken off, Uj gaf bevel hem zijn
ketenen af te doen, ever after, van dien tijd af, to treat, behandelen, kindiaQ^^, goedheid.
kept possession of, hielden in bezit, to defend from, verdedigen tegen, incursion, inval.
fierce, woest, warlike, oorlogzuchtig, was declining, was aan het afnemen, own country,
eigen land, vaderland, left van to leave, laten, defenceless, zonder verdediging, weerloos.
to be unaccustomed to, afgewend zijn van. to take advantage of, zich ten nutte maken.
weak, zwak. to attack, aanivallen. grace, genade, ambassador, afgezant, groan, gekerm,
weeklacht, on the one hand, aan den eenen kant, to chs^st, jagen, to throw, werpen.
choice, ketis. left us, over, to perish, omkomen, to be too much engaged, het te druk
hebben, to grant, verleenen. to labour, zwoegen, gehukt {gaa?i). domestic, huiselijk, bin-
nenlafidsch. evil, ramp, to threaten, bedreigen.
Bladz. 27.
To compel, dwingen, protection, bescherming, to invite over, uitnoodigen om over te
komen, to esteem, achten, to expel, verjagen, to restore, herstellen, weder schenken.
they could not help, zij konden niet nalaten, to notice, opmerken, ^M'^enox io, beter dan.
morass moeras. Germany, Duitschland, flattering, vleiend, mooi. account, beschrijving.
to flock over, in scharen overkomen, over-ran, van to over-run, overstroomen. took van
to take, nemen, entire, geheel. Angles, Angelen, of any celebrity, beroemd, to reign,
regeeren. at once, te gelijk. Heptarchy, regeering van zeven vorsten, to join together,
bijeenvoegen, to resist, weerstand bieden aan. race, ras. piracy, zeeroof, one time, eens.
to be overcome, overweldigd worden of zijn.
3Ï. Retired, afgezonderd, eenzaam, quiet, rtistig. plaats. zwijge^id, stil.
to wind, kronkelen, retreat, wijkplaats, tangled, ineengegroeid, bush, struik, thicket,
kreupelbosclu to fence from, beschutten tegen, attack, aanval, to "^itx^t,, doordringen, safe