Boekgegevens
Titel: First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Auteur: Herrig, Ludwig
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1869 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 H 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204683
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Engels, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Vorige scan Volgende scanScanned page
•277
mogen, from, na. benevolence, weldadigheid, to expect, verwachten, grateful return,
dankbare vergelding, to make one's application, zijn verzoek doen. confidence of redress,
vertrouwen op hulp. grew van to grow, worden, importunity, lastigheid, indringen, pity,
medelijden, short lived, kortstondig, different — from, ander — dan. to suspect, vermoeden.
wherever, waarheen — ook. to turn, zich wenden, dissimulation, veinzerij, to contribute, me-
dewerken. to increase, vermeerderen, to continue, blijven, detestation, cer/'oe««^. contempt,
verachting, sterility, onvruchtbaarheid, to brood, peinzen, resentment, f^^ro^. to converse,
spreken, omgaan, cave, hol. shelter, beschutting. mc\c.mtrxc,y, guurheid, headlong, owfej-
mig. sequestered, afgezonderd, meditation, overdenking, io , juichen, to display, wr-
toonen. hke, meer. glassy, glasachtig, glad, to le&ect, weerkaatsen. hioa.d, wijd. impending
horrors, de verschrikkelijke rotsen die er overheen hingen, capacious, groot, would, was
gewoon, to descend, nederdalen, to recline, leunen, steep, steil, to cast, werpen, eager,
verlangend, smooth, effm. expanse, vlakte, lovely, liefelijk, even, zelfs, how finely
contrasted is, hoe schoon steekt af. level plain, ■»lak. with, by. yoa,gindsch. awful pile,
ontzagwekkend gevaarte, to hide, verbergen, tremendous, geweldig, no way, in het geheel
niet. hence, van hier. to supply, voorzien, to distribute, uHdeelen. wealth, rijkdom.
but, behalve, vile, laag. solecism,/oa^. whirlwind, dwarlwind. vicious, slecht, blot,
elek. almost, bijna, uniformity, eenheid, rectitude, rechtschapenheid, agent, handelende .
persoon, to confine, opsluiten, to put a period, een einde maken, anxiety, arigst.
Bladz. 24.
To fancy, zich verbeelden, integrity, braafheid, to aiford, verschaffen, to administer,
aan de hand geven, relief, verzachting, hulp. to lead, leiden, voeren, conviction, over-
tuiging. to go astray, afdwalen, to c\ose, shiiten, zich sluiten, fathom, parfm. inevitably,
onvermijdelijk, celestial, hemelsch. bottom, bodem, grond, to tread, breien, astonishment,
verbazing, beyond, boven, like, gelijk, serene, helder, blooming, bloeiend, plainly, klaar,
duidelijk, amazement, verbazing, to suspend, opschorten, lately, kortelings, to rescue,
bevrijden, rational, redelijk, absolutely, geheel en al. respect, opzicht, to resemble, ge-
lijken op. to diil'er, verschilkn. wrong, onrecht, to tot zwijgen brengen, acquainted,
bekend, rapture, verrukking, exstasy, geestvervoering, ease, rust, genoegen, fraud, bedrog.
to cease, ophouden, to reflect, nadenken, you think proper, u goeddunkt, attendant, ^e-
leider. subterranean, onderaardsch. primeval, oorspronkelijk, prey, roof, to prey on,
azen op. very, juist, defect, gebrek, voracious, verscheurend, destructive, verwoestend.
mean, gering, obvious, duidelijk, reason, reden, grond, vegetable, tot het plantenrijk
behoorend. instead of, in plaats van. to lessen, verminderen, to hasten, snellen, spoeden.
to gain, bereiken, verge, rand, utmost, uiterste, to anticipate, een voorsmaak hebben.
step, schrede, countenance, gelaat, squirrel, eekhoorntje, to pursue, vervolgen, to avoid,
vermijden, strange, zonderling, oi \a.ie, in den laatsten tijd. to ravage, »eraoes^era. harmless,
weerloos, frontier, grens, to destroy, verwoesten.
Bladz. 25.
Neglect, nalatigheid, subordinate, ondergeschikt, minder, to acknowledge, erkennen.
mistake, dwaling, brute, redeloos, to survey, overzien, connection, verbinding, verband.
vestige, spoor, homely, eenvoudig, to lodge, huisvesten, envy, nijd. convenience, gemak.
show, joro»^. statuary, beeldhouwer. \dXe,ijdel. to te^vae, beschaven, to enamour, boeien.
intuitively, aanschouwelijk, to mean, bedoelen, meenen. empty, ledig, ijdel, nietig, spe-
culation, bespiegeling, avarice, gierigheid, hebzucht, luxury, weelde, methinks, mij dunkt.
to prevail, heerschen, de bovenhand hebben, precincts, bereik, intercourse, verkeer, to
establish, vestigen, regelen, either — or, of — of, neither — nor, noch — noch.
motive, beweegreden, beweeggrond, private, afzonderlijk, either, een van beide, merito-
rious, verdienstelijk, sceptic, twijfelzuchtig, flattery, vleierij, to allow, toestaan, wisdom,
is out of the question, van wijsheid is geen sprake, avaricious, hebzuchtig, to heap up,
ophoopen. leisure, tijd. need, kooc?. to stand in need of, noodig hebben, to assault, aa«-
vallen. lamentation, gejammer, wretch, ongelukkige, deplorable, beklagenswaardig, gently.