Boekgegevens
Titel: First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Auteur: Herrig, Ludwig
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1869 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 H 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204683
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Engels, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Vorige scan Volgende scanScanned page
•273
lO. Limb, lid. to lay, leggen, uitstrekken, grace, genade, to preserve, bewaren.
for, in. for many a year, menig jaar, too, ook, to pay, bewijzen, due, behoorlijk, to
employ, aanwenden, to guard from, bewaren voor. evil, het kwade, still, steeds, to impart,
mededeelen, schenken, contrite, gebroken, that, opdat,
80. Star, ster, to set one's watch, de wacht uitzetten, fount, éro«. thro'= through,
door, sweet, aangenaam, have shut, hebben zich gesloten, fading, wegstervend, dove-like,
als een duif, within, binnen, to dwell wonen, zich bevinden, to be mantled from,
bedekt zijn voor. look, blik, shine over thy slumbers, schitteren, hier: rusten op
terwijl gij sluimert, spirit land, rijk der geesten, to meet, ontmoeten, home's long parted,
sedert lang van hier gescheiden, all, niets dan. peace, vrede, of heaven, hemelsche, to fall,
nederdalen, exile, balling, couch, legerstede, gleam, straal, own mountain streams,
bergstroomen nit uw land, bard, zanger, bright, schitterend,
Bladz. 16.
31. Song, lied, spake, oude vorm, voor spoke, sprak, to triumph, zegevieren.
gloriously, roemrijk, thrown van to throw, werpen, salvation, redding, to exalt, ver-
heffen^ prijzen, man of war, krijgsman, chariot, krijgswagen, host, leger, to cast,
werpen, chosen van to choose, kiezen (uitverkoren), captain, aanvoerder, to be drowned,
verdrinken, sank van to sink, tinken, to dash in pieces, verpletteren, to overthrow,
overhoop werpen, rose up van to rise up, opstaan, wrath, toorn, stubble, blast,
stormwind, adem. nostril, neusgat, to gather together, bijeenverzamelen, floods, vloed.
heap, hoop, concealed, verborgen, to pursue, vervolgen, to overtake, inhalen, to divide,
verdeelen, spoils, buit. lust, lust, to destroy, vernielen, unto voor to. to swallow, ver-
zwelgen, sorrow, smart, vrees, to take hold on, aangrijpen, duke, hertog, vorst, amazed,
verbaasd, to melt away, wegsmelten, thine voor thy, to pass over, overtrekken, to pur-
chase, koopen. which voor whom, inheritance, erfgoed.
SS. glow, gloed, glans, smile, glimlach, reflection, weerglans, caught van to catch,
opvangen, to turn, zich wenden, glory, heerlijkheid, fair, schoon, beam, straal, to delay,
toeven, even = evening, vista, laan, hue, kleur, tint, to mark, aanduiden, decline,
het ondergaan, radiant, stralend, schitterend, gloom, duisternis, to overshadow, in een
schaduw hullen, to sparkle, vonkelen, divine, goddelijk, grand, grootsch, verheven, fragrant,
welriekend, to vreathe, in een krans vlechten, to kindle, ontvlammen, koesteren.
23, famous, beroemd, real, toerkelijk, eigenlijk, to flourish, ^/oe/eM. handsome youth,
knap jongeling, county, graafschap, archer, boogschutter, bore away van to bear away,
wegdragen, to strike, treffen, raken, fit, geschikt, to persuade, overreden, monk, monnik.
to leave, nalaten, to send into the world adrift, de wereld indrijven, refuge, schuil-
plaats. band, bende, leadership, hiding, outlaw, vogelvrijverklaarde, roover. Lincoln
green, donkergroen, scarlet, scharlaken, ca^ , pet. dagger, dolk, basket-hilted, met een
opengewerkt gevest, quiver, pijlkoker, slung on, geworpen over. , jachthoorn, to
summon about him, bijeenroepen, to set out, uittrekken, to reach, komen aan. brook,
beek. narrow, smal. to cross, gaan over, tall, lang. neither, geen van beide, disposed,
genegen, to give way, wijken, it will be the worse for you, het zal niet goed met je
afioopen. to fight it out, het door een gevecht beslechten, to manage, klaarspelen, to win
the day, den strijd winnen, accordingly, diensholgens, dus. to set to, aan den slag gaan.
to thrash, dorschen, afkloppen, to pitch, gooien, doen vallen, to wade, waden, bank,
oever, blast, stoot, rang again van to ring again, weerklinken, fain, gaarnie. to duck,
onderdompelen, to join, zich voegen bij. delighted at, verrukt over, merryman, grappen-
maker. to christen, doopen. held van to hold, houden, aanleggen, barrel, vat, to broach,
openen, opsteken, seeing that, aangezien, perpetual, altijddurend, to trim, poetsen, rode
by van to ride by, voorbijrijden, butcher, slager, basket, mand, to , zich spoeden
he would not care, hij zou niet gaarne, mark, mark {een muni), greasy, vettig, smock-frock
o/" frock, ^«e/. to put up, stallen, mvi, herberg, cheap, goedkoop, neither—nor, noch—
noch. to care about, geven om. vastly, buitengemeen, customer, klant, kooper. to under
stand, begrijpen, to flock, zich verzamelen, preference, voorkeur, to consult, beraadslagen.
First Eng. Reading Book. 18