Boekgegevens
Titel: First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Auteur: Herrig, Ludwig
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1869 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 H 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204683
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Engels, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Vorige scan Volgende scanScanned page
•272
to proceed on, oeroolgen. got van to get, komen, perplexed tract, moeilijk pad. space,
ruimte, weary, vermoeiend, empty, ledig, success, uitüag. plenty, oveivloed. meal, maaL
to be famished, doodhongeren, harsh, wrang, repast, maaltijd, feathered, gevederd.
bough, boomtak, beak, bek, snaoel. in the mean time, intusscheu. to disengage, los
maken, hurt, stoot, to labour, worstelen, on a sudden, plotseling, glittering, glanzig.
to guess, gissen, yielding, meegevend^ week, matter, stof. speedily, snel, sky, hemel,
lucht, trouble, onrust, angst, breeze, koelte, arose van to arise, zich verheffen, to be
aware of, gewaar worden, bore it up, het boven deed blijven, bulk, grootte, scale,
schub, shot (van to shoot) by me, schoten mij voorbij, to stare, staren, tremendous,
geweldig, wing, vleugel, which waved about, die keen en weer wuifden, surface, opper-
vlakte. smooth, glad, rough, ruw, oneff^en. to toss, werpen, dry, droog, slope, helling,.
to ascend, beklimmen, led van to lead, voeren, brought van to bring, brengen, boundary, grens.
Bladz. 13.
Mound, aardhoogte. 1 fell in with, ik ontmoette toevallig, in way of life, wat de
leefwijze betreft, green-gage plum, reine claude. heart, hart, binnenste, kern, moist,
vochtig, soft, zacht, flesh, vleeëch. slime, slijm, to hint, wenken, een wenk geven, to
naturalize, naturalizeeren, onder ons op te nemen, lucky, gelukkig, eminence, hoogte, to
be connected, in verband staan, was supposed to be, men geloofde dat. grain, korrel.
tribe, stani. to allure, lokken, smell, reuk, geur. big, groot, mansion, gebouw, fragrant,
welriekend, pretty, tamelijk, trampled down, vertrapt, to massacre, vermoorden, gateway,
poort, {gate bet gebouw, gateway de opening), adventure, avontuur, snail-shell, slak-
kehuisje. shift, pit, kuil. orifice, opening. to, dicht bij. hTink,rand. edge,
kant. gave way, stortte in. slid van to slide, glijden, as blinded me, zoodat hij mij
blind maakte, reach, bereik, to cease, ophouden, heedless, argeloos, device, kunstgreep,
to devise, uitdenken, uitvinden.
Bladz. 14.
Conclusiou, besluit, current, gangbaar, algemeen, use, nut. fit, geschikt, I caunot
help, ik kan niet 7ialaten, to convince, overtuigen, to deceive, bedriegen, entertainment,.
genoegen.
lO. Camel, kameel, bitter, zeer. to light, aanleggen, aansteken, comfortable, aan-
genaam, plezierig, gruff, barsch. to tarn round, zich omkeeren. to bow, buigen. lazy,
lui. this is too much of a good thing, dat is misbruik maken van iemands goedheid, to
poke, steken, porren, he contented himself, hij stelde zich tevreden, to want, willen.
push, stoot, impudent, brutaal, corner, hoek. room, plaats, to impose upon, bedriegen.
good nature, goedhartigheid, poker, pook, porijzer, two can play at that game, daf
kan ik ook. to blame, berispen, ugly, leelijk. at ease, op zijn gemak, by slow degrees ,
langzamerhand, to silence, tot zwijgen brengen, hatred, haat.
Bladz. 15.
12. Tutor, onderwijzer, gouverneur, to turn into, veranderen in, dust, terugkeeren.
to pride one's self, trotsch zijn. to proceed, voortkomen, to adorn, versieren, erelong,
eerlang, to bear in mind, gedenken, to breathe into, blazen in. to remind, herinneren.
superior, boven, verheven, inasmuch, in zoover, perishable, vergankelijk, moxtover, boven-
dien. to gaze, sfaren. abode, verblijf, everlasting, eeuwig, erect, recht op. reverence,
eerbied. Most High, Allerhoogste.
• 8. Hymn, gezang, lied, stage, eind weegs, to shake off, afschudden, dull, slaperig.
sloth, luiheid, sacrifice, offer, to redeem, weder goed maken, misspent, slecht doorge-
bracht. to live, leven op. talents, bekwaamheden, to injprove, vermeerderen, thyself
prepare for, bereid ti tot. kept van to keep, bewaren, to grant, geven, verleenen. to
partake of, deelnemen aan. to direct, leiden, to control, besturen, to suggest, ingeven.
to design, zich voornemen, that, opdat, powers, vermogens, might, macht, kracht, to
unite in, zich vereenigen tot. sole glory, roem alleen.