Boekgegevens
Titel: First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Auteur: Herrig, Ludwig
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1869 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 H 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204683
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Engels, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Vorige scan Volgende scanScanned page
•271
At his iasL gasp, lag op het punt om den laatden adem uit te blazen, to review, terug-
zien op, to bleat, blaten, to stray, verdwalen, afdwalen, easy, licht, to throttle, ver-
wurgen. harm, leed. astonishing, verbazend, gibe, scofiP, hoon, bespotting, although,
ofschoon, dreadful, verschrikkelijk, choked, gestikt, you were so dreadfully choked witb,
gij het zoo verschrikkelijk benauwd hadt van. crane, kraanvogel, afterwards, naderhand,
later, throat., keel.
IS. Humming bird, colibri. butterfly, vlinder, glory, roem, het prachtige, reply,
antwoord, to spurn, verschoppen, met verachting behandelen, crawling, kruipend, dolt,
stoffel, domkop, to exclaim, uitroepen, caterpillar, rups. advice, raad. some day, te
eeniger tijd.
13. Goat, geit. sultry, drukkend heet. found themselves, hadden, exceedingly, btd-
tengemeen groot, thirsty, dorstig, dorst, in order to, om te, to discover, ontdekken, at
length, eindelijk, spring, bron. to allay, lesschen. to get out, er uit komen, mutually,
' wederkeerig. crafty, listig. I am confident^ naar ik vertrouw, to extricate, uithelpen.
rear yourself up upon your hind legs, ga op uw achterpooten sfaan. you are sensible,
gij ziet wel in. to pull, trekken, to like, ingenomen zijn mei.
Bladz. 11.
By means of which, waardoor, to gain the top, den bovenkant bereiken, brains, her-
senen. beard, baard, to hazard, wagen, to leave with, achterlaten, a piece of advice,
€en raad. may, kan. hereafter, in H vervolg, lo make one's escape, ontkomen, to venture,
zich wagen, well, put, to consider , overwegen.
Jl^. Shepherd's dog, herdershond, fierce, woest, ravaged, verwoestte, thinned, dunde,
plunderde, fold, schaapskooi, secure, veilig, theft, diefstal, regaled, verkwikten hem op.
toils, netten, snare, strik, pace, gang, spoor, fleeter, vhigger, to mock, spotten met.
foe, vijand, awhile, voor een poos. to suspend, staken, to reason, spreken, 't is done,
aangenomen, parley, gesprek, intrepid, onverschrokken, defenceless, weerloos, kind, dier-
soort. jaw, kakebeen, muil. to prey, azen. boar, wild zwijn, with generous pity melt,
gevoelen een edel medelijden, coward, lafhartige, harmless, onschuldig, fleecy care, wol-
lige dieren die aan uwe zorgen zijn toevertrouwd, brave, dapper, the matter weigh, over-
weeg de zaak. designed us, bestemde ons tot. as such, als zoodanig, treat, maaltijd.
bleating weal, welzijn der schapen, mindful of, gedachtig aan. to burn, blaken, hence,
ga (dan) heen. beseech, doe uw verzoek aan. tyrant lord, heerschzuchtige meester, moving,
roerend, to prove a curse, een vloek zijn, pretended, voorgewend, worse van bad,
ülecht, erg.
IR, Travelled, bereisd, ant, mier, enclosed with, ingesloten door, brick, (gebakken)
deen. wall, muur, laid out van to lay out, aanleggen, fashion, trant, garden-stuft',
groenten, fruit-trec, vruchtboom, gravel walk, pad van kiezelzand, kiezelpad, plot, perk. shrub ,
heester, fish-pond, vischvijver. root, wortel, wall-fruit tree, leiboom, to be established,
zich vestigen, to extend, uitstrekken, subterraneous, onderaardsch. neighbourhood, nabij-
heid. one day, op zekeren dag, eens, gallery, gang, this long time, zoo lang, to be in
pain, ongerust zijn, lest, opdat niet, hier: dat. accident, ongeluk, stranger, vreemdeling,
whither, waarheen, on what account, met welk doel, tour, reis. mere, bloot. I had feit
dissatisfied, ik had mij ontevreden gevoeld, to explore, onderzoeken, to boast, roemen.
utmost extremities, uiterste grenzen, research, nasporing, sight, merkwaardigheid, willingly,
gaarne. 1 sel out, ik vertrok, to cross, oversteken, to border, begrenzen, to descry, ont-
dekken, soil, boden, huge, zeer groot. 1 was toiling onwards, ik ging met moeite voort.
beheld van to zien, aanschouwen, prodigious, verbazend groot, fast, w/. ^zS.,plat.
Bladz. 12.
To recover, tot zich zeken komen, to stretch, uitstrekken, limb, lid. to bury, begraven,
to crasli, kraken, tract, streek, leaf, blad. to entangle, verwarren, between, tusschen.
road, weg. to be startled, verschrikken, speckle, vlek. skiu, huid. leap, sprong, to
draw, trekken, swiftiy, snel. along with him, met zich mede. to jump off, er uf springen.