Boekgegevens
Titel: First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Auteur: Herrig, Ludwig
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1869 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 H 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204683
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Engels, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Vorige scan Volgende scanScanned page
•270
custard, eierkoek, cake, koek, blufiy, barsch, huffy, opgeblazen, to break, breken, false,
valsch, niet waar. ecstacy, uitbarsting, indignation, verontwaardiging. Miss Nancy, Jan
hen, lafaard, to scorn, verachteny versmaden, to bawl, schreeuwen, uitroepen, to push,
stoolen. capital, eerst, pride, trotschheid. self-conceit, verwaandheid, to advance, naar
{hen) toe komen, grey horse, schimmel, to cboose, kiezen, colour, kleur, charger, strijd-
ros. to conclude, besluiten, vooronderstellen, copy, afschrift, copie. effussion, dichterlijke
ontboezeming, unfortunately, ongelukkigertcijze. to doom, veroordeelen. to die, sterven.
birth, geboorte.
Bladz. 9.
To need, behoeven, to destroy, vernietigen, to receive, ontvangen, in ontvang nemen.
scrawl, gekrabbel, ere, voor dat, eer. to reach, bereiken, neck, hals. to sob out,
snikkend zeggen, emotion, ontroering, pray do, toe. glad, blijde, verheugd, to humble.
vernederen, to struggle, worstelen, tear, iraan. midsummer vacation, zomervacantie.
alike, even, to improve, verbeteren, affection, genegenheid, to observe, de opmerking
maken, acquisition, vordering, to be aware of, tveten, previously, vroeger, vaiu, ijdel.
conceited, ingebeeld, rarely, zeldeji, amiable, beminnelijk, to forbid, verbieden, beletten.
growth, groeihet toenemen, to inspire, inboezemen, kindness, vriendelijkheid, merely,
bloot, , schatting. sm^^yioxW^, meerderheid, , verandering, pleasure,
derived from, voortgesproten uit. weary, moede, to be connected, verbonden zijn, in
betrekking zijn. to reward, beloonen.
8. If, indien, als, hard, hard, onvriendelijk, hasty, haastig, again, wed&r. to bear,
hooren. to remind of, herinneren aan. to last, voortduren, should, behoort, to cancel,
uitwisschen. truth, waarheid^ trouw, past, verleden, voorbijgegaan, from voor that from,
thought, gedachte, light, licht, fled van to flee, vluchten, sad, treurig, silent, zwijgend.
lonely, eenzaam, mount, berg, vale, dal. path, pad. trod van to tread, betreden, eveuiug
dim voor dim evening, dim, duister, to reproach, verwijten, frowning gaze, vertoornde
blik. soul, ziel. ask your soul for him, vorderen uw ziel die van den vriend afgewend is,
weder voor hem terug.
O. Kiudto, vriendelijk jegens, goed voor. fondly, teeder. caught van to catch, vangen,
op/vangen, to join, deelen. glee, vroolijkheid. intermingled, vermengd, feeble, zwak, once,
eenmaal, eens. fearless, onbevreesd, bold, kloekmoedig, is passing away, staat op het
punt om heen te gaan. lo! zie\ brow, wenkbrauw^ voorhoofd, gelaat, may be seen, kan
men zien. traces, sporen, to cherish, liefhebben, to comfort, troosten, loviug, liefhebbend,
kind, goed. to remember, denken aan. accents, toonen, woorden, to cheer, vervroolijken.
to have dearth, in nood zijn. smile, glimlach, be withdrawn, teruggetrokken, hem ont-
nomen wordt, feeling, het gevoel, to fade, verwelken, dew, dauw. affection, genegenheid.
gone, weg. ornament, sieraad, pure, m«. ^qblvX, parel, depth, true, echt, wealth,
rijkdom, lies, ligt. to sparkle, vonkelen, sweet, zoet, aangenaam, blessing, zegening, to
crown, kroonen. to weave, weven, garland, ^r^'««. more precious, van grooter waarde.
renown, roem.
Bladz. 10.
■ O. Giant, reus, dwarf, dwerg, once upon a time, eens. to keep together, bij
alkander blijven, bargain, overeenkomst, to forsake, verlaten, to fight, vechten, to deal,
uitdeelen. blow, slag, sloot, angry, boos, geweldig, injury, nadeel, fairly, glad, struck
off van lo strike off, afslaan, woeful, ellendig, plight, toestand, plain, vlakte, slagveld.
out of spite, uit nijd. to travel on, verder reizen, against, tegen, to carry, dragen.
damsel in distress, ongelukkig meisje, arm meisje, fiercc, wild^ woest, for all that,
nogtans. to return, beantwoorden, to knock out, uitslaan, was up with them, haalde
hen in, every one, alien, to relieve, bevrijden, to meet with, ontmoeten, stout, hevig,
had like to have been killed, was bijna gedood, sport, vermaak. I declare off, ik
tchei er uit, to grow, worden.
11. Deathbed, doodbed, lay van to lie, liggen, to gasp, snikkend ademhalen, lay