Boekgegevens
Titel: First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Auteur: Herrig, Ludwig
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1869 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 H 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204683
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Engels, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Vorige scan Volgende scanScanned page
•268
zicht, lo spring forward, te voorschijn springen, to hail, begroeten, arrival, aankomst.
cordial, hartelijk, joj, vreugde, so situated, in zulk een toestand, overture, eerste stap.
to repel, van de hand wijzen, haughtiness, hoogmoed, trotschheid, instantly, terstond.
to recoil, terugtrekken, to determine, besluiten, to seek, zoeken, stranger, vrecp\de.
acquaintance, kennis, kennissen, evening, avond, to sally, springe7i. play-ground, speel-
}tlaats, was engaged, bezig, deed mede, unnoticed, zonder dat men acht op hem sloeg.
of course, natuurlijk, melancholy, treurig, dependent, onderhoorige. to smoothe, met
vleierijen overladen, to cheer, opvroolijken. good-humoured, goedhartig, to inquire, vragen.
to like, lust hebben, to join, deelnemen, his friend's set of cricketers, met zijn
nriend en eenige anderen aan een partij cricket, to mean, meenen^ bedoelen, difference,
oneenigheid, a good deal of, heel veel. difference, verschil, thereabouts, daaromUreeks.
county, graafschap, speech, rede, to be making, gehouden worden, a score, een twintigtal.
auditor, toehoorder, to gather, zich verzamelen, partly, deels, pompous, hoogdravend.
provincialism, gewestelijke uitdrukking, to burst into laughter, in lachen uitbarsten.
except, uitgenomen, leading person, aanvoerder, to step forward, voor {de anderen) uit-
treden, look, blik. gravity, ernst, deftigheid, heir, erfgenaam, knight, ridder, fist, mist.
mechanically, werktuigelijk, to hold out, uitsteken, peal, geschater, to redouble, ver-
dtibbelen. to run off, wegloopen. sport, spel, to leave, overlaten aan. to call, noemen.
to cut up, voorsnijden, goose-pie, ganzepastei. odd, raar, by and by, langzamerhand.
fast, snely hard, in fact, inderdaad, silly, onnoozel, dom, worth, waard, itVio^, jongen,
kerel, appellafive, bijnaam, for ever, voor altijd, voor goed. handsome, knap. clever,
bekwaam, indoors or out, zoowel in als buiten {de school), to drive, rijden {in een rij-
tuig^. four in hand, met de vier van den bok. coachman, koetsier, road, weg. breakfast,
ontbijt, truly, om de waarheid te zeggen, bat, kolf, spirits, opgeruimdheid' sank very
low, verminderde zeer, in consequence of perceiving, daar hij bemerkte, likely, waar-
schijnlijk, to obtain, verkrijgen, verwerven, distinction, onderscheiding, claim, aanspraak.
effectually, krachtdadig, to crush, verpletteren, vernietigen, habitual, eigen geworden, to
boast, pochen, strength, kracht, prowess, dapperheid, to dilate on, uitweiden over, ter-
ror, schrik, astonishment, verbazing, creature, schepwl. to assume, aannemen, complete-
ly, volkomen, to put to the rout, op de vlucht jagen, to yield, toegeven, fit, aanval.
ungovernable, uitbundig,
Bladz. 7.
Tale, verhaal, mortification, vernedering, disappointment, teleurstelling, to exhibit,
ten toon stellen, humiliating, vernederend, to weary out, afmatten, private tutor, gouver-
neur. scarcely, ternauwernood, to gain, winnen, kennen, rudiments, beginselen, kind,
vriendelijk, judicious, verstandig, oordeelkundig, instructor, onderwijzer, to pity,
medelijde7i te kennen geven met. deficiences, tekortkomingen, fouten, to point out, aan-
wijzen. to overcome, overwinnen, to pique into anger, boos maken, ill used, slecht be-
handeld. every, alle. to remain, blijven, abominable, afschuwelijk, to stay, blijven.
laughing-stock, mikpunt voor spott^nij. to give way, aan het wankelen gebracht -worden.
to be aware, weten, his notice, als deze hem zijn aandacht schonk, dit. to promote,
verheffen, both — and, zoowel — als. to distinguish one's self, zich onderscheiden, to
be puzzled, in verlegenheid geraken, cresses, kers, ster-kers, bitterkers. tone, toon, ma-
nier, to twang, scherp laten klitiken, unable, niet in staat, to comprehend, begrijpen.
meant, bedoeld, yet, en toch. to dread, vreezen. to wound, kwetsen, preceding, vorig.
doggedly, op norschen toon, close, {omheind) bosch. meadow, weide, green, grasvlakte.
to rend, scheuren, weerklinken in. vexation, kwelling, io experience, ondervinden, his rage
overcame him, hij was zijn woede niet langer meester, to pull off, uittrekken, jacket,
huis. for the purpose of, om te. to peel, afschillen, to come to the scratch, handgemeen
worden, claret, roode wijn, bloed, to spill, vergieten, craven, lafaard, by confession,
van geloof, van beroep, to boil, koken, vein, ader, useless, nutteloos, pitch, sterkte.
gentle, vriendelijk, might, mochten, hier: misschien, to touch, treffen, to treat, behande-
len, improperly, ongepast, shame, schaamte, to be conscious of, zich bewust zijn. to