Boekgegevens
Titel: First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Auteur: Herrig, Ludwig
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1869 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 513 H 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204683
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Engels, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   First English reading book: Engelsch leesboek voor instituten, gymnasiën en hoogere burgerscholen: met Nederlandsche woordenlijst
Vorige scan Volgende scanScanned page
•267
siaimig, spring, bron. to issue, te coorschtjn komen, source, oorsprong, to ruu, loopen,
vervolgen, course, loop, frothy, schuimetid. noisy, met ^^raö?. rock, to threaten,
bedreigen, to bound, beperken, to oppose, tcederstuan, wide, breed, ^xovsn, geworden.
increase, toevoer, bounded, beperkt, to move along, zich üoortbewegen, voortgaan.
ürede. to glide, glijden, to hear, dragen, busy, ijverig, tide, channel, kanaal, rivierbed.
freed from, bevrijd ran. to swell, zwellen, to meet, ontmoeten., vallen in. maehiig.
billow, golf, to affright, doen schrikken, schrik aanjagen, crowd, menigte., schaar, they
bore voor whom they bore, sign, teeken. to decline, afnemen, to counsel, raad geven.
sorrow, zorg. to rise, komen opdagen, vile, slecht^ verdorven, conflict, ulr/jd. to die,
sterven, champion, strijder, kampvechter, to profess, verklaren, it gave him no concern,
hel kon hem niet schelen, horror, schrik, dinner, middagmaal, eten. to shake, schudden.
to fight, vechlen. to argue, strijden^ redetwisten, in case of doubt, in geval van twijfel.
to box it out, het met boksen uit te maken, logic, wijze van denken, cause, zaak. to
prevail, zegepralen, obtuse, stomp, desponding, wanhopig, to puzzle, verwarren, morn
vooT morning, skill, bekwaamheid, in figures, in cijfers, in het rekenen, to be moved,
geroerd zijn, medelijden hebben, to shut, sluiten, to sigh, zuchten, to stand, staan.
idiot, idioot., domkop, parts, bekicaamheden. felt van to feel, voelen^ zijn. assured, ver-
zekerd. in time, te zijner lijd^ later, to gain, verwerven, blustering, woelig, to def^y,
uitdagen, opeischen. worth, waarde, dulness, domheid.
7. Riding-school, rijschool, epitome, kort begrip, large, qroot. to resemble, gelijken
op. bustle, gewoel, mixture, mengeling^ gewoel, metropolis, hoofdstad, small, klein.
society, gezelschap, gentlemen, heeren. to compare, vergelijken, narrow, beperkt, circle,
kring, frequently, dikwijls, menigvtddig. preparative, voorbereiding, hard, hard, treurig.
fate, lot. boy, jongen, to plunge, vallen, indulgence, toegevendheid, retirement, «Ao«-
anxious, angstig, ruüeloos. turmoil, onrust^ beweging, attendant on, die gepaard
gaat met. state of existence, wijzs van bestaan, community, vereeniging. to apprehend
vreezen. fondly-petted, vertroeteld, to experience, ondervinden, to ngree, overeenkomen.
far-distant, ver afgelegen, nature, aard. to exhibit, ten toon spreiden, powers, vermogens.
groom, palfrenier, stable-boy, staljongen, weary of, moede, to extol, verheffen, prijzen.
ability, bekwaamheid, sitch verbastering van such, to bother, larnin «700/-learning'.
leeren. never, nooit, in 'I geheel geen. to mind, acht geven, assertion, bewering, gar-
doner, tuinman. learning, geleerdheid, conceit, inbeelding, expedition, tocht, vertrek.
youth, jongeling, resolution, besluit, obedience, gehoorzaamheid, talent, begaafdheid,
/fif/e;?^. the finishing stroke was put, de laatste hand werd gelegd, system, stelsel, maiden,
ongetrouwd, to ride over, in een rijtuig komen, to take leave, afscheid nemen, dear,
lief. Joe oj Joey, Jozef. I am quite grieved, het smart mij zeer. presumption, ver-
waandheid. for no reaeon whatever, om hoegenaamd geen andere reden, to turn out,
uitvallen, zijn. sharp, schrander, fool, gek. to venture on, zich te wagen aan. expence,
kosten, to portion, een uitzet geven, property, eigendom, not to be named with, die niet
in aanmerking kan komen bij. to take care, zorg dragen, to let know, te laten weten,
te zeggen.
Bladz. 6.
To forget, vergeten, to hold up, opsteken, to come of, afstammen, to remember, zich
herinneren, prccious, kostbaar, kostelijk, nonsense, onzin, to hack, ondersteunen, present,
geschenk, various, verscheiden, kind, soort, besides, bovendien, sovereign, gouden soti-
verein. to hold valuable, belangrijk achten, kind, vriendelijk, advice, raad, travelling
companion, reisgenoot, entirely, geheel en al. to throw away, wegwerpen, at length,
eindelijk, gate, poort, persuasion, overtuiging, equal, gelijke, lately, kortelings, to pass,
doorgaan, doorrijden, at any rate, in elk geval, late, vorige, decidedly, bepaald, his
inferior, minder dan hij, becausc, omdat, therefore, derhalve, opinion, meening. less of,
minder, tall, lang. both — and, zoowel — als. huntsman, shot, schutter, to
happen, gebeuren, traveller, reiziger, just juist toen. to bid farewell, afscheid nemen.
affair, aangelegenheid, iets, dat — was. painful, smartelijk, out of sight, idt het ge^