Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
waarop men rondom met gekleurde wol of zijde een rand werkt
in verschillende steken. Deze kleuren moeten wasch-echt zijn. Ook
van defecte servetten maakt men wel thee- en vingerdoekjes,
die dan 34 cM. lang en breed worden genomen.
Tafelgoed wordt in den linkerhoek gemerkt, zoodat men den
zelfkant links en den zoom rechts heeft.
Handdoeken zijn 85 cM. lang en 60—65 cM. breed. Men
naait er twee lissen aan van sterk linnen band, de eene aan den
linker boven- de andere aan den rechter benedenhoek, of ook
wel in het midden van elke breedtezijde. Keukenhanddoeken zijn
5 ä 10 cM. breeder; ze komen ook afgepast voor van wit en
blauw- of grijs en rood geruite stof.
Wasch doekjes neemt men 50 cM. lang en breed.
Onder lijfwasch of lijfgoed verstaat men die kleeding,
welke in het gebruik het naast aan 't lichaam sluit en die ook
wel onder den naam van onder kleeding bekend is.
De onderkleederen moeten, evenals de bovenkleeding, wat de
afmetingen betreft, in overeenstemming zijn met de grootte van
het lichaam, waarvoor ze dienen. Vroeger gebruikte men voor
lijfgoed algemeen linnen: maar wijl dit altijd eenigszins koud is
en men tegenwoordig zeer fraai en sterk katoen heeft, dat
vaak in het gebruik beter voldoet dan linnen, geeft men daaraan
thans meermalen de voorkeur.
Hemden.
De vervaardiging van een vrouwenhemd eischt meer tijd
dan eenig ander deel der lyfwasch. De verhouding van lengte
en breedte is ongeveer als 6 tot 5; deze dient voor hemden van
verschillende grootte. Voor een vrouwenhemd behoeft men 2,68
M. stof. Het bestaat uit den romp, waarvoor men 2,34 M.
neemt en die dubbel vouwt; 1 paar mouwen, die 40 cM. wijd
en 17 cM. lang zijn; een paar okseldoekjes van 10 cM. in
't vierkant, die dienen om het uitscheuren der mouwen te voor-
komen; 2 paar ge eren, welke dienen om den romp beneden
te verwijden, en die een rechthoekigen driehoek vormen van
58,5 cM. lengte en 10 cM. breedte; een paar boordjes, elk