Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
breedte (80 cJL) 1 M. 34 cM. noodig. Men verbindt de beide
snijkanten door een rolnaad of door een Engelscben naad. Daarna
zoomt men de beide zelfkanten 2 a 3 cM. breed om en naait
de sloop aan de eene zijde met overbandsche steken dicht. Om
haar te kunnen sluiten naait men er, ongeveer 5 cM. van den
rand, aan de binnenzijde, drie paar banden aan. Het merk wordt
onder den bovenzoom bij den zijnaad geplaatst.
Ter meerdere verfraaiing naait men soms aan den onderkant
der sloop, juist tegenover de opening, een entredeux in. Wenscht
men echter zeer fraaie sloopen te maken, dan knipt men twee
gelijke deelen, die elk 80 cM. lang en 70 cM. breed zijn, en
legt om deze rondom een 3 cM. breeden zoom. Zijn deze zoomen
uitgevoerd, dan naait men de beide deelen aan een breedte- en
twee lengtezijden met overhandsche steken samen en maakt, in
den zoom der andere breedtezijde van beide deelen, vetergaten
voor de sluiting. Nu naait men op de naden en langs den eenen
bovenkant eene geborduurde strook, die aan de hoeken een
weinig dient te worden ingerimpeld. Het merk moet in groote,
geborduurde letters in het midden worden gemerkt. In het
gebruik moet dit merk boven liggen.
Men kan de sloop ook sluiten met knoopen en knoopsgaten.
Daartoe maakt men de eene helft, waarin de knoopsgaten
worden gemaakt, 6 cM. langer dan de andere. Men zoomt den
längsten kant met een enkel inslag 6 cM. breed om, en den
kortsten kant, waarop de knoopen komen, met 2 inslagen, elk
6 cM. breed. De eene steekt dan juist de zoombreedte buiten
den anderen uit.
Een tafellaken neemt men zóo groot, dat het aan alle
kanten 15 cM. afhangt. Een tafellaken voor 12 personen moet
2 M. 68 cM. lang en 1,60 ä 1,70 M. breed zijn.
Servetten zijn 80 ä 85 cM. lang en breed. Ze moeten van
dezelfde stof worden vervaardigd, waarvan het tafellaken is
gemaakt, waarbij ze worden gebruikt. Voor het fraaiste tafel-
linnen koopt men afgepaste voorwerpen, die rondom door een
rand zijn omgeven.
Thee- en vingerdoekjes zijn meestal afgepast en met eene
franje omgeven. Men maakt echter ook theedoekjes van wafelstof,