Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
het werk en het gevraagde loon in goede verhouding tot elkander
staan, zoodat ze, wel verre van der naaister een penning te
onthouden, toch ook niet meer zal geven, dan noodig is.
Is het meisje uit een lageren stand , zal ze misschien later eene
conditie moeten zoeken, altijd en overal zal het haar dan tot
aanbeveling strekken, dat ze bedreven is in de vrouwelijke hand-
werken, terwijl ze in hare vrije uren hare eigen garderobe in
goeden staat kan houden en daardoor menigen stuiver van haar
salaris kan besparen.
Dat besparen van werkloon en het uitwinnen van
grondstof zijn in het huisgezin, waar de vrouw bedreven is in
de handwerken, een ware zegen, die veel tot de welvaart en het
geluk van dat huisgezin bijdragen.
Als menige huismoeder zich eens de moeite getroostte om , b.v.
gedurende een jaar, aanteekening te houden van wat hare naald
heeft bespaard, ze zou zelve verbaasd staan over het aanzienlijke
van dat bedrag.
Een leervak, welks beoefening voor 't praktische leven zooveel
vruchten afwerpt, dat, wanneer het goed, d. i. grondig, degelijk
wordt onderwezen, tegelijk met de technische vaardigheid ook
nog die echt vrouwelijke eigenschappen aankweekt, welke wij
orde, zindelijkheid, netheid, vlijt en goeden smaak noemen,
heeft waarlijk wel recht, om onder de verplichte leervakken in
de lagere school te worden opgenomen; en we hebben daarom
ook met vreugde zijne opneming in de wet van den minister
Kappeyne begroet. Daardoor zal het uit den verwaarloosden
toestand, waarin het op vele plaatsen, vooral te platten lande,
nog verkeert, worden opgeheven en tot zijn recht gebracht; de
tijd, waarin het als Asschepoetster onder de leervakken figureerde
zal voorbij zijn; het zal onder de vakken van onderwijs eene
moer waardige plaats gaan innemen.
im