Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
letters. Na de voltooiing verwijdere men dit stramien bij enkele
draden.
Ook kan men in dit geval de letters door middel van gekleurd
potlood op de stof teekenen en langs die lijnen werken met stiksteken.
Fig. 27.
HET KNIPPEN.
Knippen is de stof te verdeelen in die vormen, welke het te
vervaardigen voorwerp vereischt; waaruit volgt, dat men nauw-
keurig dient te weten , hoe groot de verschillende deelen moeten zijn.
Het is onafscheidelijk aan het naaien verbonden; het laatste is
onmogelijk indien het eerste, dat met groote zorgvuldigheid moet
worden verricht, niet is voorafgegaan.
De goede vorm van een kleedingstuk is geheel afhankelijk van
het knippen. Dit moet geschieden naar vaste regels, waarvan de
eerste luidt: knip zoo zuinig mogelijk. Hiermede wordt bedoeld,
dat men zorg moet dragen, weinig afval
te krijgen; waartoe vooraf moet worden
berekend, hoe zich de stof het best voor
de verschillende vormen en tegelijk het
spaarzaamst laat verdeelen.
Het komt soms voor, dat men twee
gelijke deelen, b.v. de beide voorpanden
van een onderlijfje, of van een heeren
borstrok, of wel de mouwen van eerstge-
noemde bijna uit eene stofbreedte kan
snijden. In zulke gevallen is het veroor-
loofd kleine hoekjes of streepjes aan te
zetten; mits men er op lette, dat deze
weinig in 't oog vallen en de loop van
den draad dezelfde is als van het deel,
waaraan het zal worden aangezet. Bij de
voorpanden van de onderlijfjes zet men ze in den zijnaad naar den
onderrand; bij de mouwen, waar soms een driehoekje dient aan-
gezet, moet dit onder den arm aan den bovenrand worden genaaid.