Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
Bi) keper worden 2 of meer draden opgenomen en evenzooveel
overgeslagen; in eene volgende rij slaat men van de opgenomen
draden éen over en neemt daarvoor van de overgeslagen draden
éen op, waardoor zich de schuine richting van de keper vormt.
Bij servet- en tafelgoed is het aantal op te nemen draden en
dat, hetwelk overgeslagen wordt, zeer ongelijk; men zorge er
steeds voor, den aard van het weefsel te volgen.
Bij het stoppen legt men de stof, volgens den loop der dra-
den , over den wijsvinger der linkerhand en houdt haar met den
linkerduim vast.
Men begint eene scheur daar te stoppen, waar de draden
dun beginner te worden. Is zij schuin in de stof, dan strijkt
men de schuine draden met de naald onder de opslagdraden en
knipt deze later af; terwijl men ook aan weerszijden der scheur
de stof een cM. mee doorstopt.
Moet men aan den buitenhoek van een voorwerp een stopje
maken, dan ontbreken aan beide kanten de aanhechtingspunten;
men verhelpt dit, door een eindje band in den vorm van een'
winkelhoek te vormen en dit aan de stof te hechten. Is het werk
voltooid, dan knipt men het lint zoo nabij mogelijk aan het
stopje weg, en haalt de rest bij enkele draden uit.
Tule stopt men met fijn kantgaren. Men spant daarbij 3
soorten van draden, nl. opslagdraden, dekdraden en verhin-
dingsdraden.
Allereerst worden de opslagdraden gespannen; men werkt
daarbij van rechts naar links in schuine richting; zonder echter
het werk om te draaien spant men den eenen draad van rechts-
boven naar links-onder, den volgenden van links-beneden naar
rechts-boven, daarbij tevens de gaatjes der tule, die het te stop-
pen gat omgeven, mede omnaaiende. Zijn de opslagdraden ge-
spannen, dan keert men het werk om, en werkt op dezelfde
wijze de dekdraden. De op deze wijze gespannen opslag- en
dekdraden vormen samen op de spits gestelde kleine kwadraten.
De verbindingsdraden worden nu en zigzag gearbeid, waarbij
[ de boven liggende draad van een kwadraatje met 2 overhandsche
steken wordt omnaaid. Die overhandsche steken worden van
boven naar beneden gestoken, waarbij de punt der naald naar