Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
draden of, waar deze ontbreken, voor linnen en damasten tafel-
goed van ongedraaid linnen garen, glansgaren of zeer fijne
breikatoen; hoe fijner en zachter de draad is, hoe fraaier het
werk wordt. Het stoppen geschiedt altijd aan de keerzijde van
het werk met voorsteken, waarbij men , den aard van het weefsel
volgend, een of meer draden opneemt en overslaat; terwijl men
de in de eene rij overgeslagene draden in eene volgende rij opneemt.
Men werkt van elke der vier zijden der opening altoos eenige
stofdraden mee door, en laat van den werkdraad, bij het begin
van elke rij eene kleine lis hangen. Als 't eenigszins uitvoerbaar
is hale men den werkdraad alleen bij 't einde van elke rij aan.
Bij het uittrekken der naald legt men er den linkerduim vast
op, haalt den werkdraad nooit in de hoogte aan, doch bij de
eene zij naar zich toe en bij de volgende van zich af, steeds
een weinig benedenwaarts. Bij het stoppen onderscheidt men:
opslag- en doorstopdraden; de eersten bootsen de scheer-,
de laatsten de inslagdraden der stof na. Heeft men eene
dunne plaats in de stof te stoppen, dan gebruikt men óf alleen
opslag-, of alleen doorstopdraden, doch is er eene opening in
de stof ontstaan, ontbreken dus beide, scheer- en inslagdraden,
dan overspant men de opening eerst met opslagdraden, waarna
men die met doorstopdraden doorwerkt. Het tweede gedeelte
van deze bewerking is het moeilijkst; men moet daarbij zorgen,
zooveel nieuwe draden in te werken als er stofdraden ontbreken.
Men schuift hierbij met de punt der naald de doorstopdraden
aan elkander, zoodat het werk goed gesloten wordt. Bij effen
geweven stoffen neemt men telkens een draad op de naald en
slaat daarna een over, ook bij stoffen van tweeërlei kleur, 't zij
gestreept of geruit, handelt men zoo; daarbij zorg dragende, dat
men garen gebruikt, van dezelfde kleuren als de stof bevat.
Moeilijker wordt dit bij stoffen waarop de strepen zijn gedrukt:
dan moet elke streep afzonderlijk worden afgewerkt. Men legt
eerst voor de lichte en voor de donkere strepen al de opslag-
draden; daarna worden eerst van de donkere strepen de door-
stopdraden gelegd, natuurlijk alleen ter breedte van elke streep,
en vervolgens die der lichte strepen gewerkt, die bij het keeren
in de donkere strepen vatten.