Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
Op plaatsen, waar een of ander kleedingstuk veel te lijden
heeft, naait men wel eens eene reep stof aan de keerzijde. Bij
zulk tegennaaien worden de beide buitenkanten der stof 1 cM.
naar binnen gevouwen, waarna men ze met schuine steken, die
in tegenovergestelde richting met de zoomsteken loopen, op el-
kander naait; zorgdragende dat de steken aan de rechte zijde
van het werk onzichtbaar zijn.
Wil men een boordje opzetten, dan moet de stof, waarop het
zal worden aangebracht, eerst worden ingerimpeld. Heeft men de
Fig. 20.
naald van ach-
teren naar vo-
ren door de
stof gestoken,
welke moet
worden inge-
rimpeld , dan
haalt men den
werkdraad
door , zoodat
de knoop aan
de keerzijde
van het werk
komt. Xu
neemt men de
stof met voor-
steken op de
naald, die men
met den mid-
delsten vinger
der rechterhand vooruitschuift. Zie fig. 20. Men mag echter den
werkdraad niet aanhalen, voor de stof geheel is ingerimpeld,
maar schuift telkens, wanneer er te veel steken op de naald
zijn, deze naar achteren af. Ook zorge men, alle steken even
groot te maken; en, wijl de plooitjes regelmatig naast elkaar
dienen te liggen, strijkt men ze, na het inrijgen, éen voor een
met de naald uit.
Bij zeer fijne en doorschijnende stoffen, die door dit uitstrijken
V. D. i!ERG—STOMP, Frouiv. hatidw.,J3e druk. 5