Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
gevormd; deze richt zich naar het voorwerp, dat gezoomd zal
worden. Bij doorschijnende stoffen moet het Ie inslag even breed
zijn als het 2e. Om zak- en halsdoeken en aan heeren- en
jongenshemden maakt men smalle zoomen; aan tafellakens, ser-
vetten en handdoeken een weinig breedere; aan dameshemden,
pantalons en de bedwasch breede zoomen. Bij damasten tafel-
goed, dat moeilijk op den draad is te zoomen, brengt men een
driedubbelen zoom aan. Men legt daartoe het Ie inslag dubbel
zoo breed als de zoom zal zijn; legt dan het 2e inslag zeer vast
zóó, dat het Ie inslag dubbel komt te liggen en strijkt onder
het werken de voorkomende rafels met de naald onder den
zoom. De zoom kan ook door stiksteken bevestigd worden; de
stof moet dan naar de rechte zijde worden omgevouwen.
Ter meerdere versiering kan men, als de zoom recht met den
draad loopt, eenige stofdraden onder den rand van den zoom
uithalen; de opening, die hierdoor in de stof ontstaat, wordt op
[- verschillende manieren
bewerkt, onder welke
bewerking men tevens
den zoom vastnaait.
Fig. 17 stelt de een-
voudigste wijze van
bewerking voor.
Ontbreekt ergens de
zelfkant en mag geen
zoom zichtbaar zijn, dan vouwt men geene inslagen , maar rolt
den stofkant met den duim om; men noemt dit kriel-, rol- of
wervelzoomen. Als men, wanneer de stofdraden in schuine rich-
ting loopen, een zeer smallen zoom wil maken , legt men tussehen
de twee inslagen een vulkoordje, om het rekken der stof te
voorkomen.
Den zoomsteek kan men ook gebruiken voor verbindingsnaden ;
hij heet dan zijsteek \ hij verbindt niet zoo vast als de achter-
of de stiksteek, maar, om zijne schuine richting, iets vaster
dan de voorsteek. Wijl de zijsteek nog al spoedig kan worden
uitgevoerd, bezigt men hem dikwijls, als men van gebruikte
stof iets wil vervaardigen.