Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
zijn; terwijl tevens bij alle de draad even vast moet worden
aangehaald.
Het aanhechten en bevestigen der draden geschiedt verschillend.
Als regel geldt hierbij, dat de draad, zoowel bij het begin als
bij het einde, zoo onzichtbaar mogelijk en zonder knoopen
moet worden bevestigd. Alleen bij het vóórnaaien, het inrimpe-
len en het aannaaien van knoopen mag van eene knoop aan het
eind van den draad gebruik worden gemaakt. Bij het begin der
meeste naden haalt men den draad van achter naar voren door
de stof, waarbij men aan de achterzijde een eindje laat afhan-
gen , dat men met den linkerwijsvinger vasthoudt. Men naait
den eersten steek dubbel en de volgende steken over het afhan-
gende eindje van den draad heen, zoodat het aan den achterkant
door de steken, die gelegd worden, wordt bevestigd. In het
midden van een naad hecht men zoowel het eind van den ouden
als het begin van den nieuwen werkdraad vast, doordat men
ze aan de achterzijde eenige malen door de reeds gelegde ste-
ken haalt.
Door middel der steken vormt men: bevestigingsnaden —
zoomen — en verbindingsnaden. Den voorsteek gebruikt men
voor verbindingsnaden van dunne en van oude stoffen, en als
vóornaad bij dubbele naden. Men neemt eenige draden op de
naald en trekt deze dan door; slaat daarna even zoovele draden
over, voor men op nieuw insteekt, en gaat op die wijze voort.
Daardoor ontstaan tusschenruimten, die aan de keerzijde door
eenen steek bedekt zijn, terwijl wederkeerig de plaatsen, die
aan de rechte zijde door een' steek zijn bedekt, aan de keerzijde
tusschenruimten vrij laten. Men gebruikt hem ook als rijgsteek
bij het vóórnaaien, wanneer men wil voorkomen, dat twee op
elkander liggende stofdeelen onder het werken verschuiven. Men
maakt dan echter zeer groote steken, waarbij men den draad
eerst, dan geheel aanhaalt, als men vier of vijf steken heeft
gemaakt. Nog wordt de vóorsteek gebruikt bij het inrimpelen;
waarbij men de grootte der steken richt naar de hoeveelheid
stof, welke men op eene bepaalde plaats wil aanbrengen.
Om den achtersteek te werken maakt men eerst een' voorsteek ,
steekt dan, op de helft van dezen teruggaande, achter den