Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
breide maas wordt bij het omkeeren van het werk afgehaakl.
Bij borstrokken, die onder de mouwen in den regel het meest
slijten, kan men evenzoo handelen. Men neemt daartoe —
ongevoer 20 toeren onder de klink der mouw — aan beide
kanten van den zijnaad zooveel mazen op de naald als het
schouderstuk breed is; dan werkt men in heen- en teruggaande
toeren, tot men bij den schoudernaad is. Men moet daarbij, zoo
ver als het borst- en het rugstuk strekken, het nieuwe en het
oude werk door samenbreien van 2 mazen aan elkander hech-
ten. Vervolgens breit men eene nieuwe mouw in, knipt het
versleten werk onder het nieuwe weg en naait de kanten netjes
met een dunnen draad om; opdat de maasstrepen niet uitrafelen.
Wenscht men een groot gat spoedig te verstellen, dan kan
men, in plaats van het te mazen, er een stukje inbreien. Men
tornt dan, evenals bij het mazen, de beschadigde plaats uit en
neemt aan den onderkant de mazen op eene breinaald, daarna
steekt men een tamelijk lange draad in eene maasnaald en maast
2 of 3 streepen naast het gat over, breit dan met dienzelfden
draad de mazen, die op de naald zijn, waarna men aan de
andere zijde van het gat evenveel streepen overmaast; nu keert
men het werk, maast tot aan het gat en breit dan averecht
terug. Zoo gaat men door, altijd de kanten overmazen en in
het midden breien.
HET NAAIEN.
Voor haar, die zich voor een examen willen bekwamen, diene
het volgende.
Men onderscheidt bij het naaien: wit- of zoogenaamd 1 in-
nennaaien en costumes- en mantels maken of wol-
lennaaien. Het linnennaaien omvat alles , wat tot onderkleeding
en tot huishoudelijk gebruik wordt vereischt. De meest gebruikte
stoffen zijn: öraafschapper linnen, dat zijn' naam ontleent
aan 't graafschap Bentheim. Het is tegenwoordig niet meer zoo
gezocht als het inland sehe linnen, dat in het district