Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
56
Om eene rechtverdraaide maas te maken neemt men de beide
spandraden niet, zooals bij de rechte maas, van rechts naar links
maar juist andersom op.
De derde wijze van herstellen, het inbreien van een nieuw
gedeelte, wordt gevolgd wanneer het beschadigde deel van
grooteren omvang is. Men breit b.v. een nieuwen biel in eene
kous, of ook wel hiel en zool beide.
Om een' hiel in te breien worden de mazen bij het
begin van den hiel losgetornd en op eene naald genomen; ver-
volgens wordt de hiel van de zijstukken losgemaakt en neemt
men de mazen van elke zijde, die in de kantmazen van den
hiel waren gewerkt, op eene naald; daarna maakt men de steken
^^ aan het eind van de
hielmindering los en
neemt de eerste ma-
zen der zool op eene
vierde naald. Nu
neemt men eene 5de
naald en breit den
hiel op de gewone
wijze. Zie fig. 13.
Men moet daarbij
echter in den rechten
toer de laatste maas
met de naastbijzijnde
maas der zijnaald
rechtverdraaid te za-
men breien en in de
averechte toeren de laatste maas met de naastbijzijnde zijmaas
averecht samenbreien. Na het voltooien van den kleinen hiel
worden de tegenover elkander liggende mazen aan elkander
gewerkt. Wil men nu ook eene nieuwe zool breien dan werkt
men den hiel niet aan de zij mazen vast, maar breit dien even
als bij eene nieuwe kous; neemt de zijmazen op de naald en
breit de zool in heen- en teruggaande toeren, waarbij men nu
de laatste maas van elk toer met eene der naastbijzijnde
mazen van het voetstuk te zamen breit. De te zamen ge-