Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
h. bedoeld, aan beide kanten gelijk, dit is niet het geval met
den net-patentsteek. Deze heeft 1 begintoer en vervolgens 2
patroontoeren.
Begintoer: 1 recht, omslaan , afhalen;
Ie patroontoer: de afgehaalde maas en het omslag afhalen,
1 recht.
2e patroontoer: de beide afgehaalde mazen recht te zamen
breien, omslaan, afhalen.
Breisteken.
De Tunische breisteek, aldus genoemd omdat dit werk veel
gelijkenis heeft met eene soort Tunische haaksteek, wordt op
de volgende wijze in heen- en teruggaande toeren gewerkt.
Ie toer: steeds 2 mazen recht verdraaid samenbreien;
2e toer: omslaan, averecht afhalen.
Men moet zeer los werken.
De netsteek, wel te onderscheiden van den patent-netsteek,
eischt een getal mazen dat deelbaar is door 4, en kan zoowel
in rondgaande als in heen- en teruggaande toeren worden ge-
werkt. Men breit eerst 4 toeren recht, dan volgt een toer:
1 recht, den draad naar voren brengen, 3 mazen afhalen,
den draad naar achter brengen; nu volgen 3 toeren recht,
waarna men weer een toer werkt als het 5e toer, met dit
verschil, dat men nu de eene rechte maas moet breien van de
middenste der drie mazen, welke vroeger afgehaald zijn; daarbij
moet men den draad, die vóór deze mazen ligt, met de eene
rechte samenbreien, waarbij men eerst den draad opneemt en
dan in de maas steekt.
Deze beschrijving geldt voor rondgaande toeren.
Het werk verkrijgt een sierlijk aanzien, als men met twee
kleuren breit, zoodat door de bovenopliggende draden een netwerk
van afstekende kleur of van eene lichtere nuance wordt gevormd.
De moesjessteek eischt een even getal mazen en heeft een
patroon- en een tusschentoer.
Patroontoer: 1 averecht; van de 2e maas maakt men 4, op
de volgende wijze: insteken, omslaan, doorhalen; deze door-