Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
een kwadraat. Ook kan men rechtroeken vormen door 10 mazen
in de breedte te werken, waarbij men dan de figuren om de 4
toeren verzet.
Op rechthoeken en kwadraten volgen driehoeken, en wel in
de eerste plaats de rechthoekige driehoek; wijl men dien zoo
kan werken, dat de mazenvermindering van het figuur naar de
linkerhand toe plaats heeft.
Fig. 7 geeft een typenpatroon, dat 12 mazen breed en 10
toer hoog is.
Ie en
3e „
5e „
7e „
9e „
2e toer:
4e ,
6e ,
8e „
10e ,
averecht 7 recht
8 ,
9 .
. 10 „
11 .
Men krijgt dan averechte figuren op een fond van rechte mazen.
yig. 7. Op den rechthoekigen
volgt de gelijkbeenige
driehoek. Men neemt dan
de grondlijn iets breeder
en laat aan beide kanten,
met één toer tusschen-
ruimte , de mazen vermin-
deren, zoodat men b.v. in
de opeenvolgende toeren
krijgt: 2 toeren van 7, 2
toeren van 5, 2 toeren van
3 en 2 toeren van 1 maas.
Nu is de gelijkzijdige
driehoek aan de beurt.
Deze wordt op gelijke
wijze gewerkt; echter zoo,
dat de vermindering der
mazen van het patronen-
figuur in eiken toer plaats
heeft.
Fig. 8 toont duidelijk, hoe men de patronen moet verzetten;
het wit gelaten gedeelte der figuur toont de averechte patroonfiguren.
A A
:>■. Ä:
IplIiS;:::