Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
Tormt kleine over elkander liggende lissen of bogen, waardoor
Fig. 1 eene maasstreep gevormd wordt, die zich bij
eene vlecht laat vergelijken. Zie fig. 1.
Het zoo gebreide werk heeft een glad aanzien
en wordt steeds voor de rechte zijde gehouden.
Om eene averechte maas te maken, wordt
eveneens het voorste deel eener maas opgenomen,
maar juist in tegenovergestelde richting als bij
de rechte maas. Men brengt nu eerst den werk-
draad naar voren, steekt van achter naar voren
in , zoodat de punt der werknaald aan de vóórzijde
van het werk uitkomt, slaat den draad om, haalt dien van voren
naar achteren door, waarna men de maas ailaat. Bij het breien der
averechte maas schuift de naald van boven naar beneden door
de maas; de draad sluit zich horizontaal aan en vormt kleine,
een weinig hoog liggende strepen, die zich met de treden eener
ladder laten vergelijken. Het zoo gebreide werk heeft een geribd
aanzien en wordt steeds voor de keerzijde gehouden. Zie fig. 2.
l'^ie- 2. De verdraaide mazen worden even
als de rechte en averechte maas gewerkt
met dit verschil, dat bij deze mazen dat
gedeelte der maas wordt opgenomen,
hetwelk zich achter de naald bevindt en
dus van de werkster is afgekeerd.
De holle maas wordt gevormd door
slechts éene beweging en wel door een-
voudig den draad om de werknaald te slaan. Men noemt haar
daarom ook wel bij verkorting omslaan; zij is oorspronkelijk
geene maas, maar neemt eerst in een volgenden toer het karakter
eener maas aan.
Eene op zich zelf staande maas is even lang als breed, doch
wijl bij het werken de eene maas in de andere vat, verliezen de
mazen daardoor ongeveer der lengte.
;Men onderscheidt twee verschillende vormen van breiwerk,
n.1. open en rond breiwerk. Onder open breiwerk wordt
verstaan alles, wat in een' lap- of doekvorm wordt gewerkt; dit
geschiedt in heen- en teruggaande toeren. Bij dit breiwerk moet