Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
Als hoofdregel moet steeds betreffende de bestemming van het
werk gelden, dat de kinderen als het slechts eenigszins doenlijk
is, elke soort van werk leeren aan iets, dat later
gebruikt kan worden; hierdoor toch leert het kind reeds
vroeg in zijnen arbeid iets nuttigs te zien; is het echter om den
gelijkmatigen overgang van het gemakkelijke tot het meer moei-
lijke niet doenlijk iets te laten vervaardigen , dat voor een bepaald
doel bruikbaar is, dan moet men de proefstukken, die gewerkt
worden, als stalen gebruiken.
Op volksscholen waar de meisjes tot 12 ä 13 jaar blijven, moet
de tijd uitsluitend worden besteed aan het grondig leeren
breien, mazen, naaien, merken, verstellen, knippen.
Op scholen voor voortgezet- en voor herhalingsonderwijs dient
men dit nog uit te breiden en er borduren en al die werken
aan toe voegen, welke dienen tot opsiering van de stof, terwijl
men er op scholen voor middelbaar onderwijs nog bovendien het
onderwijs in 't maken van costumes en mantels aan toevoege.
Bij elke soort van werk lette de onderwijzeres er steeds op,
dat de leerling de gereedschappen zoo gebruike, als voor eene
goede uitvoering noodzakelijk is: de jonge, nog zoo lenige vin-
gertjes worden van den beginne er aan gewend de gereedschappen
op eene rustige en bevallige manier te gebruiken.
Wijl ze op zoo jeugdigen leeftijd met de handwerken moeten
beginnen, moet hun eerst zulk werk worden geleerd, waarbij zoo
weinig mogelijk van geest en hand wordt gevergd. Het breien
is het handwerk, dat er zich bij uitnemendheid toe leent om
allereerst te worden onderwezen.
Het breien is het werk, dat door de wijze waarop de draden
in elkander vatten en door de eenvoudige, zich steeds gelijkblij-
vende bewegingen , zich het best aan de Fröbel-methode aansluit.
Daarbij hebben de gereedschappen dit bij die van elke andere
soort werk nog voor, dat zij grooter en dus beter vast te houden
zijn en dat de kleine handjes er zich niet licht aan kunnen
bezeeren; terwijl er voor het breien nog bovendien slechts éene
soort van gereedschappen wordt vereischt.
Wijl de naald zich in het eerst door de kleine vingers moeilijk
laat gebruiken, is het noodig dat de kinderen, eer zij beginnen