Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
lange lis is voorzien, zoodat de taseh kan worden omgehangen
en tevens tot berging van het kluwen kan dienen. Elke taseh is
met den naam van het kind voorzien en wordt buiten de lesuren
in eene kast geborgen. Daar de kinderen in den regel, indien ze
ter school komen, hunne namen nog niet kunnen lezen, worde
in den eersten tijd het werk voor de kleinen gereed gelegd; later
moeten ze het zelf doen.
'tKomt ons wenschelijk voor, dat men in de school eene kast
heeft, die in zooveel vakken verdeeld is als er klassen zijn, ter-
wijl men dan steeds zorg moet dragen , dat de benedenste vakken
voor de eerste klassen of de kleinste leerlingen worden gebruikt.
Na het einde der les berge de onderwijzeres zelve het werk op
de daarvoor bestemde plaats; ze kan dan nog eens nazien, wat
en hoe er gewerkt is en kan daardoor tevens een oog laten gaan
over gereedschappen en materiaal.
In het onderwijs mag niet, zooals nog maar al te vaak geschiedt,
de inmenging der ouders of liever der moeders worden geduld,
d. w. z.: men late niet toe, dat de moeders, met het oog de
behoeften van 't huisgezin bestellen, wat de meisjes moeten ma-
ken; hierdoor zou de geheele classificatie worden verbroken;
evenals bij elk ander vak van onderwijs moet ook bij dat in
de vr. handwerken alles aan de onderwijzeres worden overge-
laten. Moeders die hare meisjes ter school zenden, vragen daar-
door van een ander voor haar te doen, wat ze zelve door gebrek
aan tijd of bekwaamheid niet kunnen; bijgevolg heeft de onder-
wijzeres o. i. het volste recht op het vertrouwen dier moeders
en mag dit door eene ongepaste tusschenkomst van die zijde
niet worden verzwakt.
Vele ouders willen te spoedig resultaten van het onderwijs
zien; maar de onderwijzeres moet het den ouders, die hunne
kinderen aan haar toevertrouwen, duidelijk maken, dat dit niet
kan; zij moet het wel laten uitkomen dat de scÄooZuren niet zijn
werkuren voor de behoeften van het huisgezin, maar Zeeruren
waarin de leerling zich al die bekwaamheden moet trachten eigen
te maken, die zij op lateren leeftijd moet bezitten; en dat er op
moet worden gelet, dat er niet vele en groote werken kunnen
worden geleverd, maar dat er veel en goed moet worden geleerd.